Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 22 augustus 2024,
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Gelderland
Partijen hadden een affectieve relatie en zijn ouders van een minderjarige dochter. Na beëindiging van hun relatie vertrok de vrouw met de dochter naar Den Helder zonder toestemming van de man. De man verkreeg bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland een terugkeerverplichting voor de vrouw naar Arnhem met een zorg- en contactregeling.
De vrouw stelde hoger beroep in en vorderde in kort geding schorsing van de terugkeerverplichting en wijziging van de zorgregeling. De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar bij voorraad moeten worden nagekomen, tenzij zwaarwegende belangen anders vereisen. De belangenafweging in het eerdere vonnis was zorgvuldig gemaakt, waarbij ook het belang van het kind was betrokken.
De vrouw kon onvoldoende aantonen dat haar belangen zwaarder wegen dan die van de man bij de tenuitvoerlegging. Wel werd de termijn voor terugverhuizing verlengd van één naar twee weken om praktische redenen. De voorlopige zorg- en contactregeling werd eveneens geschorst tot die datum. De overige vorderingen werden afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitvoerbaarheid van het terugverhuisvonnis tot 30 augustus 2024 en wijzigt tijdelijk de zorgregeling, wijst overige vorderingen af.