Uitspraak
[bedrijf 1],
[bedrijf 2],
Rechtbank Gelderland
Partijen zijn mede-aandeelhouders en bestuurders van een bedrijf dat een lening van € 25.000 van Qredits ontving, waarvoor zij zich privé borg stelden. Na beëindiging van het dienstverband en bestuurderschap van eiser, ontstond discussie over de verdeling van betalingen aan Qredits. Eiser stelde meer dan zijn gelijke aandeel te hebben betaald en vorderde vergoeding van het meerdere van de mede-borg.
De kantonrechter oordeelde dat de lening volledig was voldaan en dat eiser gehouden was te betalen. Mede-borg kon niet aantonen dat eiser zijn betalingen op het bedrijf kon verhalen, mede gezien het ontbreken van betalingen door het bedrijf en het feit dat mede-borg sinds 2020 enig bestuurder was. Het gestelde betaalde bedrag door eiser werd als juist aangenomen.
De vordering van eiser tot vergoeding van het meerdere bedrag van € 5.611,91 werd toegewezen, evenals beslagkosten en proceskosten. De vorderingen in reconventie van mede-borg werden niet behandeld omdat de hoofdvordering werd toegewezen.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de mede-borg tot betaling van het meerdere bedrag van € 5.611,91 plus rente, beslagkosten en proceskosten.