De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om het gezag over drie minderjarige kinderen gedeeltelijk aan haar toe te wijzen voor het doel van aanmelding bij een onderwijsinstelling. De kinderen verblijven sinds december 2023 in een gezinshuis en zijn onder toezicht gesteld met machtiging tot uithuisplaatsing.
De GI wilde de kinderen inschrijven op een andere basisschool dan hun eigen school, omdat de eigen school niet aan de veiligheidseisen voldeed. De ouders waren het niet eens met deze schoolwissel, maar wilden wel dat de kinderen weer naar school gingen en boden een locatieverbod aan om hun aanwezigheid nabij de school te beperken.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten de ouders en de GI overeenstemming dat de kinderen vanaf 12 februari 2024 weer onderwijs zullen volgen op hun eigen basisschool, onder de voorwaarde dat de ouders zich op bepaalde tijden niet binnen 100 meter van de school bevinden. Hierdoor trok de GI haar verzoek in en verklaarde de kinderrechter het verzoek niet-ontvankelijk.