Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [vestigingsplaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
BNB1971/233). Dat is anders indien een vennootschap met haar aandeelhouder overeenkomsten aangaat, waarbij zij voor de prestaties waartoe zij zich verbindt, een vergoeding bedingt welke lager is dan zij van een niet-aandeelhouder die overigens in dezelfde positie verkeert, zou hebben bedongen, zulks met de bedoeling de aandeelhouder te bevoordelen. In een dergelijk geval dient het voordeel dat de vennootschap aldus aan haar aandeelhouder doet toekomen, ingevolge artikel 8, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 tot de winst van de vennootschap te worden gerekend. (vgl. HR 18 maart 1987, nr. 23711,
BNB1987/245, en HR 28 juni 2002, nr. 36446, LJN AE4718,
BNB2002/343).” [4]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de verliesbeschikking vast op € 16.556 negatief;
- vernietigt de verliesverrekeningsbeschikking;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.185;
- draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht van € 365 aan belanghebbende te vergoeden.