ECLI:NL:RBGEL:2024:6183
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarig kind
De rechtbank Gelderland heeft op 5 juli 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kind over een periode van meerdere jaren. De tenlastelegging omvatte diverse vormen van ontucht, waaronder betasting en penetratie. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 56 maanden, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De rechtbank heeft het bewijs kritisch beoordeeld, waarbij zij het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv toepaste. Dit artikel vereist dat de verklaring van één getuige niet zonder steunbewijs tot een bewezenverklaring mag leiden. In deze zaak stond de belastende verklaring van het slachtoffer tegenover de ontkennende verklaring van verdachte, en ontbrak voldoende steunbewijs. De verklaringen van de moeder en zus van het slachtoffer boden onvoldoende overlap en steun voor de aangifte.
Hoewel de rechtbank de betrouwbaarheid van het slachtoffer niet in twijfel trekt, concludeert zij dat de aangifte onvoldoende wordt ondersteund door ander bewijs. Daarom spreekt zij verdachte vrij. De civiele vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer wordt niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontucht met zijn minderjarige kind.