ECLI:NL:RBGEL:2024:6213
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken beroepsgronden in Mulder-zaak
In de Mulder-zaak heeft de rechtbank Gelderland op 10 mei 2024 uitspraak gedaan over een beroep tegen een besluit op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gemachtigde van betrokkene heeft, ondanks een aanmaning van de griffier, geen beroepsgronden ingediend.
De rechtbank verwijst naar artikel 6:5 en Pro 6:6 Awb, waarin is bepaald dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet aan de vereisten wordt voldaan. De gemachtigde kreeg de mogelijkheid om de gronden uiterlijk een week voor de zitting aan te vullen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Omdat niet is gesteld of gebleken dat betrokkene hiervoor geen verwijt treft, verklaart de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskosten toe te kennen af. De uitspraak is openbaar gedaan door kantonrechter F.J.H. Hovens. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.