Op 26 januari 2023 vond in een woning te Arnhem een incident plaats waarbij verdachte aangever met een mes heeft gestoken. De officier van justitie beschuldigde verdachte van poging doodslag en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet met opzet had gehandeld om het leven van aangever te beroven, aangezien het letsel niet levensbedreigend was en verdachte meer had geprikt dan gestoken.
De rechtbank stelde vast dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt, omdat het litteken klein en niet opvallend was en het letsel binnen afzienbare tijd zou genezen. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte poging tot zware mishandeling had gepleegd. De verdediging voerde een geslaagd beroep op noodweer aan, omdat verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door aangever, die onder invloed van drugs en alcohol agressief was.
De rechtbank vond dat verdachte proportioneel had gehandeld door eerst dreigende steekbewegingen te maken en daarna slechts te prikken, wat overeenkomt met het beperkte letsel. De verdediging was noodzakelijk en de grenzen van subsidiariteit en proportionaliteit werden niet overschreden. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de poging doodslag en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en ontslagen van alle rechtsvervolging.