ECLI:NL:RBGEL:2024:6316
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van buitengerechtelijke kosten in letselschadezaak na verkeersongeval
Op 31 maart 2020 raakte eiser betrokken bij een verkeersongeval waarbij een motorvoertuig van Univé was betrokken. Univé erkende de aansprakelijkheid op 3 april 2020. Eiser werd bijgestaan door een advocatenkantoor dat kosten declareerde voor de afwikkeling van de letselschade. Univé betaalde een deel van deze kosten, maar betwistte de redelijkheid van het resterende bedrag van €25.658,55.
De rechtbank toetste de redelijkheid van de buitengerechtelijke kosten aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 BW Pro, waarbij zowel de maatregelen als de kosten redelijk moeten zijn. De rechtbank concludeerde dat de letselschadezaak niet juridisch complex was, mede omdat Univé snel aansprakelijkheid erkende. Diverse kostenposten, zoals kantoorkosten, intern overleg en telefoonnotities, werden als onredelijk afgewezen.
Per declaratie werden de kosten beoordeeld en waar nodig gematigd. Uiteindelijk stelde de rechtbank vast dat €32.707,94 aan kosten redelijk was, waartegenover een betaling van €31.859,55 stond. Univé is daarom veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €848,39, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 februari 2024. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Univé wordt veroordeeld tot betaling van €848,39 aan buitengerechtelijke kosten met wettelijke rente vanaf 23 februari 2024.