In deze civiele procedure vorderen eiseres sub 1 en eiser sub 2, handelend namens aangesloten persfotografen, schadevergoeding wegens inbreuk op hun auteursrechten door gedaagde partijen. De rechtbank bevestigt dat eiseres sub 1 en eiser sub 2 gerechtigd zijn in eigen naam en namens de persfotografen op te treden.
Gedaagden deden een laat beroep op eigen schuld, dat door de rechtbank als te laat en strijdig met de goede procesorde werd verworpen. De rechtbank handhaaft de in het tussenvonnis vastgestelde schadebegroting, waarbij eiseres sub 1 aanspraak maakt op €16.125,00 en eiser sub 2 op €40.123,20, verminderd met reeds betaalde bedragen.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van respectievelijk €14.925,00 en €37.323,20 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2023. Tevens worden de proceskosten vastgesteld op €11.121,73 en toegewezen aan eisers, met een maximum van €8.000,00 voor advocatenkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.