De vennootschap, eigenaar van een agrarisch bedrijf, werd door het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe een last onder dwangsom opgelegd wegens het houden van zoogkoeien, een diercategorie die niet was gemeld in de milieumelding van 2011. De vennootschap voerde aan dat zij alleen melk- en fokvee hield en verwees naar haar Kamer van Koophandel-registratie, eigen administratie en een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft vastgesteld dat de vennootschap in strijd handelde met de artikelen 3.117 en 3.119 van het Activiteitenbesluit. De feitelijke situatie toonde aan dat de melkinstallatie niet in gebruik was en melk werd gebruikt voor kalvervoeding, hetgeen duidt op zoogkoeien en niet op melkvee. De registratie en administratie van de vennootschap zijn niet doorslaggevend; het gaat om de feitelijke activiteiten.
De rechtbank bevestigt dat het houden van zoogkoeien binnen de wettelijke afstandsnormen een niet-toegestane wijziging van het dierenverblijf inhoudt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de last onder dwangsom blijft in stand, en de vennootschap krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.