Op 4 juni 2017 vond een groot gevecht plaats op een openbare plaats in Druten waarbij meerdere personen en goederen betrokken waren. De verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag en het plegen van openlijk geweld, waaronder het slaan van een slachtoffer met een zwaar voorwerp en het vernielen van voertuigen en ramen.
De officier van justitie stelde dat het bewijs onvoldoende was voor betrokkenheid van verdachte bij het fysieke geweld, maar eiste een geheel voorwaardelijke taakstraf. De verdediging vroeg vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte aanwezig was, niet kon worden vastgesteld dat hij een wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd. Getuigenverklaringen en camerabeelden boden geen overtuigend bewijs van zijn actieve deelname.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens verklaarde de rechtbank de civiele schadevorderingen van de benadeelden niet-ontvankelijk, omdat er geen bewezenverklaring was. Iedere partij draagt eigen kosten. Het vonnis werd uitgesproken door drie kinderrechters op 20 september 2024.