Op 20 april 2024 werd verdachte aangehouden in Nederland met ruim 2 kilogram cocaïne verborgen in een speciaal gemaakte ruimte in zijn auto. De politie voerde een rechtmatige verkeerscontrole uit, waarbij de verborgen ruimte en drugs werden ontdekt.
DNA-onderzoek toonde aan dat het DNA van verdachte op een van de cocaïneblokken aanwezig was, wat wetenschap en beschikkingsmacht bevestigde. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs overtuigend was.
Verdachte reed in een lus door Nederland en keerde terug richting Duitsland, wat de rechtbank kwalificeerde als verlengde uitvoer van drugs. Medeplegen werd niet bewezen verklaard. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verklaarde de auto verbeurd.
De rechtbank verwierp de verweren over onrechtmatige doorzoeking en bewijsuitsluiting. De straf werd bepaald op basis van de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.