Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:6471

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 augustus 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
136065-24 + 16/207139-21 (tul)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 5 OpiumwetArt. 2 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap en beschikkingsmacht bij cocaïnesmokkel

Op 20 april 2024 werden twee Duitse voertuigen, een Peugeot en een Audi, gevolgd bij hun binnenkomst in Nederland. In de Audi werd circa 2 kilogram cocaïne aangetroffen in een verborgen ruimte. Verdachte reed in de Peugeot en werd ervan verdacht betrokken te zijn bij het smokkelen van de cocaïne.

De rechtbank oordeelde dat voor een veroordeling vereist is dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne en beschikkingsmacht daarover bezat. Uit het dossier bleek dat verdachte niets wist over de cocaïne en dat er geen bewijs was van beschikkingsmacht, mede omdat de drugs in een andere auto lagen. DNA-onderzoek toonde geen aanwezigheid van verdachte op de cocaïne.

De rechtbank vond het enkel achter elkaar rijden onvoldoende om wetenschap en bewuste samenwerking aan te nemen. Ook was er geen bewijs voor opzet op het gronddelict of medeplichtigheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf afgewezen omdat de bewezenverklaring ontbrak. De rechtbank wees deze vordering af en sprak verdachte vrij.

Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland op 13 augustus 2024.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wetenschap en beschikkingsmacht over de cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/136065-24 + 16/207139-21 (tul)
Datum uitspraak : 13 augustus 2024
Tegenspraak (art. 279 Sv Pro)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] (Libanon),
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats.
Raadsman: mr. M. Broere, advocaat in Roosendaal.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2 kilogram gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
(art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2 kilogram gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op een of meer tijdstippen, op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
(als bestuurder van de Peugeot)
- continue samen en met korte tussenafstand met de Audi te rijden en/of
- continue voor de Audi te rijden en/of
- samen met de Audi met (te) hoge snelheid op de linkerrijbaan te rijden en/of
- ten tijde van de achtervolging te bellen met medeverdachte [medeverdachte] en/of
- te pogen weg te rijden van de politie,
althans te fungeren als (bestuurder van het) 'decoyvoertuig' en/of zo te zorgen voor afleiding en verkenning ten behoeve van de Audi, het smokkelvoertuig;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op een of meer tijdstippen, op of omstreeks 20 april 2024 te Andelst, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
(als bestuurder van de Peugeot)
- continue samen en met korte tussenafstand met de Audi te rijden en/of
- continue voor de Audi te rijden en/of
- samen met de Audi met (te) hoge snelheid op de linkerrijbaan te rijden en/of
- ten tijde van de achtervolging te bellen met medeverdachte [medeverdachte] en/of
- te pogen weg te rijden van de politie,
althans te fungeren als (bestuurder van het) 'decoyvoertuig' en/of zo te zorgen voor afleiding en verkenning ten behoeve van de Audi, het smokkelvoertuig.

2.De standpunten

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt op basis van het dossier het volgende vast.
Aantreffen cocaïne
Op 20 april 2024 kwamen bij verbalisanten twee ANPR-hits binnen. Het ging om de kentekens van twee Duitse auto’s, een Peugeot en een Audi. Uit de reisbewegingen bleek dat beide voertuigen om 11:22 uur Nederland in kwamen rijden vanuit Duitsland. De voertuigen reden vervolgens steeds met een korte tussenafstand achter elkaar. De Peugeot reed steeds voorop. De verbalisanten hebben de bestuurders van beide auto’s laten stoppen. Verdachte [verdachte] reed in de Peugeot. Zijn medeverdachte en tevens broer [medeverdachte] reed in de Audi. Beide voertuigen werden door de verbalisanten onderzocht. In de Peugeot werd niets relevants aangetroffen. In de Audi werden in een verborgen ruimte onder de stoelen op de achterbank twee blokken cocaïne aangetroffen van 998,87 gram en 1002,65 gram.
Wetenschap en beschikkingsmacht
Voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten is vereist dat bij verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de cocaïne en dat hij daarover de beschikkingsmacht had.
Verdachte heeft verklaard niets te weten van de cocaïne in de Audi. Hij zou vrienden hebben afgezet op Schiphol. Er zijn geen berichten in zijn telefoon aangetroffen die wijzen op wetenschap van de cocaïne. De betrokkenheid van verdachte blijkt ook niet uit de verklaringen van zijn broer [medeverdachte] . Bij zowel verdachte als [medeverdachte] is DNA afgenomen ter vergelijking met sporen die zijn aangetroffen op de twee blokken cocaïne.
Op basis van dat DNA-onderzoek kan niet worden vastgesteld dat DNA van verdachte aanwezig is op de blokken. Het enkel en alleen telkens achter elkaar rijden door Nederland is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de hier bedoelde wetenschap met een voldoende mate van zekerheid aan te nemen.
Verder blijkt uit het dossier ook niet wettig en overtuigend dat verdachte beschikkingsmacht over de cocaïne had. De cocaïne lag immers in een verborgen ruimte in een andere auto. Ook is niet gebleken van enige rolverdeling tussen verdachte en [medeverdachte] . De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Gelet op het voorgaande kan ook niet het voor medeplichtigheid vereiste opzet op het gronddelict en de hulp van verdachte hierbij wettig en overtuigend worden bewezen.
De rechtbank spreekt verdachte daarom van alle tenlastegelegde feiten vrij.

4.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/207139-21)

De politierechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft verdachte op 15 april 2022 veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren voor het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
 wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf (parketnummer 16/207139-21).
Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis – van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2024.
mr. Van Bergen en mr. Duis – van Grol zijn niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.