De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de uitleg van een exclusiviteitsbepaling in een huurovereenkomst voor een sportkantine in een sportcomplex. De huurder vordert verwijdering van een koffieautomaat die de verhuurder in de keuken van het kantoor- en vergadergedeelte van het complex heeft geplaatst, stellende dat dit in strijd is met haar exclusieve recht op horeca-activiteiten binnen het complex.
De verhuurder betwist dit en stelt dat het plaatsen van de koffieautomaat geen horeca-activiteit betreft, omdat deze zich bevindt in een niet-publiek toegankelijke ruimte en de automaat alleen bedoeld is voor huurders van kantoorruimtes. De kantonrechter legt het begrip 'horeca-activiteiten' taalkundig uit aan de hand van definities van het CBS en het Algemeen Nederlands Woordenboek, en concludeert dat het moet gaan om commerciële activiteiten gericht op het publiek op een toegankelijke plaats.
De kantonrechter overweegt dat de koffieautomaat geen commerciële horeca-activiteit is, mede omdat de ruimte niet publiek toegankelijk is en de verhuurder geen winst maakt op de koffieautomaat. Hierdoor is geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door de verhuurder. De vorderingen van de huurder worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.