Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde conv./eiser reconv. 1],
[gedaagde conv./eiser reconv. 2],
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 11 september 2024 een herstelvonnis gewezen in een civiele zaak waarin een eerdere uitspraak van 19 juni 2024 werd gecorrigeerd. De correctie betrof een kennelijke verschrijving waarbij in het petitum van de dagvaarding de naam van één gedaagde tweemaal was vermeld, waardoor de rechtbank verzuimde te beslissen over een onderdeel van de vordering. De rechtbank heeft dit verzuim hersteld door het vonnis aan te vullen en te verbeteren.
De eiser had gevorderd dat beide gedaagden zich niet zonder uitdrukkelijke toestemming op zijn perceel mochten begeven. In het oorspronkelijke vonnis was dit onjuist overgenomen, waardoor slechts één gedaagde werd betrokken in de toewijzing van het gebod. De rechtbank heeft dit hersteld en het gebod uitgebreid tot beide gedaagden.
Daarnaast had één van de gedaagden verzocht om een wijziging van het vonnis met betrekking tot de verwijdering van een camera die volgens hem gericht was op een ander raam dan in het vonnis vermeld. De rechtbank oordeelde dat dit geen kennelijke verschrijving betrof en dat het verzoek om wijziging of aanvulling van de motivering niet kon worden ingewilligd. De mogelijkheid tot het instellen van een rechtsmiddel bleef open.
Het herstelvonnis bevat ook diverse technische correcties in de verwijzingen naar partijen en vorderingen in het oorspronkelijke vonnis. Het verzoek tot aanvulling van de motivering door de gedaagde is afgewezen. Dit vonnis is gewezen door rechter I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het vonnis van 19 juni 2024 is hersteld en aangevuld met betrekking tot het betredingsverbod jegens beide gedaagden; het verzoek tot wijziging van de motivering over de camera is afgewezen.