Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de pleitnota van de Bewaarder.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een kort geding waarin eiser vordert dat de Bewaarder van het Kadaster de door een notaris opgemaakte registerverklaring van verjaring met betrekking tot een woonark inschrijft in het register. De woonark is oorspronkelijk in 1963 gebouwd en geregistreerd op naam van een eerdere eigenaar, die deze later heeft verkocht. Eiser heeft de woonark sinds 1993 in bezit en wil deze verkopen, maar constateert dat het register nog niet is aangepast.
De notaris heeft op verzoek van eiser een verklaring van verjaring opgesteld, waarin wordt aangegeven dat niet aan alle vereisten van artikel 37 Kadasterwet Pro is voldaan, met name dat niet alle betrokken partijen instemmen en het bewijs niet volledig is. De Bewaarder weigert daarom inschrijving en zendt een mededeling van niet-inschrijving.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende heeft aangetoond dat hij meer dan twintig jaar bezit heeft van de woonark en daarmee eigenaar is geworden door verjaring. Tevens is voldaan aan de oproepplicht richting onbekende erfgenamen van de vorige eigenaar. Daarom is de weigering van de Bewaarder onterecht en wordt deze bevolen de inschrijving te verrichten. De proceskosten worden aan eiser opgelegd omdat de Bewaarder zich niet inhoudelijk heeft verweerd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt inschrijving van de verjaringseigendom van de woonark en veroordeelt eiser in de proceskosten.