Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.De standpunten
3.Vrijspraak
Primair tenlastegelegde
Subsidiair tenlastegelegde
Rechtbank Gelderland
Verdachte werd beschuldigd van poging tot het teweegbrengen van een explosie en/of brandstichting, medeplegen en voorbereiding daarvan. De tenlastelegging betrof onder meer een telefonisch gesprek waarin sprake was van een opdracht tot het plegen van brandstichting en het teweegbrengen van een ontploffing bij woningen van getuigen.
Tijdens het onderzoek werden aanmaakblokjes vastgetapet aan een zak briketten en een blok klei aangetroffen in de woning van verdachte. De officier van justitie stelde dat deze middelen en het gesprek voldoende bewijs vormden voor een strafbare poging en eiste een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.
De rechtbank oordeelde dat het enkel bespreken van de ontploffing en het ontvangen van geld en/of drugs daarvoor, evenals het bezit van de genoemde voorwerpen, niet voldoet aan de criteria voor een strafbare poging. Er waren geen gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm een begin van uitvoering van het misdrijf vormden. Ook de voorbereiding werd verworpen omdat de voorwerpen niet kennelijk bestemd waren voor het plegen van het misdrijf en verdachte deze niet overeenkomstig die bestemming gebruikte.
Verdachte verklaarde onder invloed van drugs te zijn geweest tijdens het gesprek en gaf aan de briketten en aanmaakblokjes voor barbecueën te gebruiken. De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit en wees vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot ontploffing en brandstichting wegens ontbreken van een begin van uitvoering en onvoldoende bewijs voor strafbare voorbereiding.