Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
“Artikel 1. De opdracht
Artikel 2. Uitvoering van de opdracht
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
dooreen volgens de Wet kinderopvang geregistreerd kindercentrum, omdat alleen in dat geval kan worden voldaan aan de eisen die de Wet kinderopvang stelt. Als slechts de voorwaarde zou gelden dat de kinderopvang
ineen geregistreerd kindercentrum moet plaatsvinden, zou aan de wettelijke voorwaarde een betekenis worden gegeven die niet overeenstemt met de tekst van de wet, de Btw-richtlijn en de bedoeling van de wetgever. Uit de Btw-richtlijn volgt immers dat het moet gaan om kinderopvang door een erkende instelling van sociale aard.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 218,75;
- veroordeelt de inspecteur om het griffierecht van € 184 aan belanghebbende te vergoeden.