Verdachte werd beschuldigd van het verwerven en bezitten van kinderpornografisch materiaal van een minderjarige en het aanbieden van pornografie aan deze minderjarige via Snapchat. De militaire kamer onderzocht verklaringen van het slachtoffer, haar moeder en verdachte, alsmede forensisch onderzoek van de telefoon van verdachte.
Uit het onderzoek bleek dat het slachtoffer naaktfoto's en een naaktvideo naar verdachte had gestuurd, maar het initiatief daartoe niet met zekerheid aan verdachte kon worden toegeschreven. Verdachte had de beelden geopend maar had geen beschikkingsmacht over deze beelden, die via Snapchat direct verdwenen. Er was geen bewijs dat verdachte zelf pornografisch materiaal had gestuurd.
De militaire kamer kon daarom niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststellen dat verdachte het materiaal verwierf of in bezit had, noch dat hij pornografie aan de minderjarige aanbood. Op grond hiervan sprak de kamer verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij diende een civiele vordering in voor materiële en immateriële schade, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke feiten niet bewezen waren.