ECLI:NL:RBGEL:2024:7090
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in ontnemingsvordering wegens termijnoverschrijding
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en de veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. Het geschatte voordeel bedroeg €183.316,05. De zaak werd behandeld in een openbare terechtzitting waarbij het Openbaar Ministerie vooraf aangaf niet-ontvankelijk te zijn in de ontnemingsvordering.
De rechtbank nam kennis van het vonnis van 12 mei 2022 waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met oplegging van een taakstraf van 60 uur. Artikel 511b Sv bepaalt dat een ontnemingsvordering uiterlijk binnen twee jaar na de uitspraak in eerste aanleg moet worden ingediend.
De ontnemingsvordering dateert van 8 oktober 2024, ruim twee jaar en vijf maanden na het vonnis. De rechtbank concludeert dat het Openbaar Ministerie hierdoor niet-ontvankelijk is in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en verklaart dit formeel. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland op 17 oktober 2024.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens overschrijding van de wettelijke termijn.