Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[rechthebbende](hierna: [rechthebbende] ),
1.De procedure
2.De feiten
8.1 Uw woning is bestemd als woonruimte. U gebruikt uw woning als goed huurder volgens de bestemming. U wijzig niets aan deze bestemming.
Rechtbank Gelderland
Volkshuisvesting Arnhem verhuurt sinds februari 2020 een woning aan [rechthebbende], die daar met haar minderjarige zoon woont. Op 29 november 2023 trof de politie in het gehuurde een actieve hennepkwekerij aan met 91 planten. Volkshuisvesting Arnhem vordert daarop de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens ernstige tekortkoming.
De kantonrechter stelt vast dat de aanwezigheid van de hennepkwekerij een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt. Echter, de huurder beroept zich op de 'tenzij'-bepaling van artikel 6:265 lid 1 BW Pro, die ontbinding kan uitsluiten bij geringe betekenis of bijzondere aard van de tekortkoming.
De rechter weegt het belang van Volkshuisvesting Arnhem bij handhaving van haar zerotolerancebeleid en leefbaarheid af tegen de belangen van de huurder en haar zoon. Gelet op de kwetsbare positie van de huurder, haar inspanningen om haar leven te verbeteren, en de belangen van haar zoon, die in een cruciale ontwikkelingsfase verkeert, oordeelt de kantonrechter dat de belangen van de huurder zwaarder wegen.
Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontbinding en ontruiming af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken op 23 oktober 2024 door kantonrechter W. van der Boon.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst af omdat de belangen van de huurder en haar minderjarige zoon zwaarder wegen dan het belang van de verhuurder.