ECLI:NL:RBGEL:2024:7298

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
23 oktober 2024
Zaaknummer
C/05/441372
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling wegens effectievere vrijwillige hulpverlening

De kinderrechter van de rechtbank Gelderland behandelde op 7 oktober 2024 het verzoek van Jeugdbescherming Gelderland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen.

Hoewel nog sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, heeft de kinderrechter geoordeeld dat een verlenging van de ondertoezichtstelling niet effectief zal zijn. De moeder en kinderen hebben sinds augustus 2024 positieve ontwikkelingen doorgemaakt onder begeleiding van een coach vanuit de brede ondersteuning toeslagenaffaire, die werkt vanuit een vrijwillig kader.

De GI benadrukte het belang van SKJ-geregistreerde hulpverleners en het aanpakken van diepere gezinsdynamieken, maar de samenwerking met de GI verloopt moeizaam vanwege het gebrek aan vertrouwen van de moeder in overheidsinstanties. De kinderrechter verwacht dat dit vertrouwen niet snel hersteld zal worden en dat een verlenging averechts zal werken.

De moeder krijgt het vertrouwen en de verantwoordelijkheid om samen met de coach de positieve ontwikkelingen voort te zetten en passende hulp te vragen indien nodig. Het verzoek tot verlenging wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen vanwege effectievere vrijwillige hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/441372 / JE RK 24-971
Datum uitspraak: 7 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Nijmegen,
hierna te noemen de GI,
over
[naam kind 1], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [kind 1] ,
[naam kind 2], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [kind 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.G.W.M. Geurts te Duiven.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen door de rechtbank op 19 september 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [kind 1] en [kind 2] beiden een brief gestuurd een kindgesprek. De kinderrechter heeft hierop geen reactie ontvangen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] .
2.2.
[kind 1] en [kind 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 november 2023 [kind 1] en [kind 2] onder toezicht gesteld tot 3 november 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] te verlengen voor de duur van negen maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling het verzoek gehandhaafd. De afgelopen tijd hebben de moeder en de kinderen een positieve ontwikkeling doorgemaakt sinds een coach ( [naam] ) betrokken is. Deze coach is aangesteld door de gemeente vanuit de brede ondersteuning toeslagenaffaire. De coach staat op de voorgrond in het gezin en de GI kijkt op de achtergrond mee. Echter, wordt er vanuit een coachende insteek gewerkt en niet vanuit een zorginsteek zoals bij de GI het geval is. Daarom weet de GI niet of alle ernstige ontwikkelingsbedreigingen behandeld worden en of er therapie voor de kinderen ingezet gaat worden. De GI vindt het belangrijk dat er SKJ geregistreerde hulpverleners betrokken zijn, omdat de kinderen veel hebben meegemaakt in de thuissituatie en het nodig is dat ook de diepere laag in de gezinsdynamiek wel geraakt wordt. Tevens omdat de GI momenteel moeilijk in contact kan komen met het gezin waardoor er onvoldoende zicht is.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door de moeder is verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen of anders de termijn te bekorten tot vier maanden. De moeder geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [kind 1] en [kind 2] . Daarnaast heeft de ondertoezichtstelling kort samengevat weinig meerwaarde. Afgelopen zomer was een ramp voor het gezin. De tante had de kinderen al snel weer het huis uitgezet en juist toen was de GI niet bereikbaar. Sinds begin augustus jl. is de coach vanuit de toeslagenaffaire betrokken. De coach heeft samen met het gezin een plan van aanpak opgesteld. Deze coach weet van aanpakken en doorpakken. De kinderen zijn handelbaar, de sfeer in huis is normaal en er is een positief gesprek geweest op de school van de kinderen. Er zijn veiligheidsafspraken opgesteld voor alle drie zodat iedereen weet wat te doen bij oplopende spanningen. Ook [kind 1] en [kind 2] hebben een coach. De ondertoezichtstelling en de bemoeienis van de GI geeft de moeder veel onrust en stress en werkt averechts. Zij heeft door haar negatieve ervaringen vanuit de toeslagenaffaire een enorme aversie tegen instanties. Dit is nu ook met de kinderen besproken waardoor zij beter begrijpen waarom de moeder soms zo reageert als zij doet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] af. Weliswaar is nog sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van beide kinderen maar een verlenging van de ondertoezichtstelling neemt deze bedreiging naar alle waarschijnlijkheid niet weg maar zal eerder averechts werken. De moeder accepteert bovendien hulp in vrijwillig kader die effectiever is. De kinderrechter motiveert dit als volgt.
5.2.
Er heeft jarenlang verbaal en fysiek geweld en verwaarlozing plaatsgevonden in de thuissituatie. Beide kinderen lieten gedragsproblemen zien thuis en op school. Op school ging het niet goed en er was sprake van veel verzuim. In de thuissituatie waren de kinderen respectloos naar de moeder toe, zij luisterden niet en gingen hun eigen gang, omdat zij te weinig stabiliteit en sturing kregen. Daarom konden [kind 1] en [kind 2] ook niet meer thuis wonen en hebben zij voor een korte periode bij hun tante gewoond.
De kinderrechter constateert dat de thuissituatie in korte tijd is verbeterd sinds in augustus 2024 een coach vanuit de toeslagenaffaire betrokken is bij het gezin. De coach biedt hulpverlening vanuit een vrijwillig kader wat goed werkt voor de moeder en de kinderen. De coach is er op de momenten dat het gezin het nodig heeft, weet van doorpakken en dat geeft de moeder vertrouwen. Daarnaast constateert de kinderrechter dat de samenwerking met de GI niet goed is, mede omdat de moeder vanwege de toeslagenaffaire weinig vertrouwen heeft in de overheid. Daarnaast omdat de moeder zich niet kan vinden in de werkwijze van de GI en de noodzaak om met SKJ-geregistreerde hulpverleners te werken.
De kinderrechter verwacht niet dat dit vertrouwen binnen afzienbare termijn herstelt kan worden en verwacht daarom ook niet dat er binnen de gevraagde verlenging van 9 maanden nog gewerkt kan worden aan de ‘diepere laag’ binnen de gezinsdynamiek die de GI voor ogen heeft. De kinderrechter ziet daarom geen meerwaarde in een verlenging van de ondertoezichtstelling en verwacht dat deze averechts kan werken.
5.3.
De kinderrechter geeft de moeder en haar kinderen het vertrouwen en de verantwoordelijkheid om zelf de positieve ontwikkelingen te behouden en deze samen met de coach verder uit te werken. Mocht het op enig moment niet goed gaan in de thuissituatie, dan is het aan de moeder om tijdig aan de bel te trekken en (meer) passende hulpverlening te vragen en te accepteren.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2024 door mr. M.G.J. Post, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.N. van den Bogaerde als griffier, en op schrift gesteld op 18 oktober 2024
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.