De burgemeester van de gemeente Heumen besloot de sluiting van de woning van verzoekers te verlengen met vier weken vanwege een ernstige verstoring van de openbare orde, waarbij een Kalasjnikov werd aangetroffen bij een incident nabij de woning. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze verlenging en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot verlenging, maar dat de maatregel getoetst moet worden aan het evenredigheidsbeginsel. Hoewel de sluiting geschikt en noodzakelijk werd geacht, woog de rechter de belangen af en concludeerde dat de woning in het buitengebied ligt, er geen directe onveiligheidsgevoelens bij buurtbewoners zijn en het politieonderzoek nog geen concrete resultaten heeft opgeleverd.
Daarnaast zijn de belangen van verzoekers zwaarwegend: zij zijn gedwongen hun woning te verlaten zonder verwijt, met een jong kind, een onderneming op het perceel en dieren die verzorging behoeven. De burgemeester heeft onvoldoende ondersteuning geboden bij het zoeken naar alternatieve woonruimte. Daarom is de verlenging van de sluiting niet evenwichtig en wordt het besluit geschorst met ingang van 23 oktober 2024.