ECLI:NL:RBGEL:2024:7617

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
5 november 2024
Zaaknummer
C/05/424798 / HA ZA 23-406
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 1 RvArt. 351 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijds hoger beroep en wijziging van eis in civiele procedure

In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland staat de vraag centraal of tussentijds hoger beroep moet worden toegestaan tegen een tussenvonnis van 26 juni 2024 en of een wijziging van de eis in conventie buiten beschouwing moet blijven.

De rechtbank overweegt dat tussentijds hoger beroep in beginsel is uitgesloten om een voortvarende procedure te bevorderen. Er is geen sprake van een controversiële rechtsvraag of een situatie die een uitzondering rechtvaardigt. Bovendien kan de appellant zijn grieven tegen het tussenvonnis alsnog aanvoeren bij het hoger beroep tegen het eindvonnis. Het verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt daarom afgewezen.

Ten aanzien van de eiswijziging overweegt de rechtbank dat deze in lijn ligt met de reeds ingestelde vorderingen en voortkomt uit nieuwe inzichten tijdens de mondelinge behandeling. Er is geen sprake van onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. De wijziging wordt daarom toegestaan, waarbij de wederpartij eerst in de gelegenheid wordt gesteld om inhoudelijk te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen en de eiswijziging in conventie wordt toegestaan met mogelijkheid tot inhoudelijke beantwoording.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/424798 / HA ZA 23-406 512/1011
Vonnis van 30 oktober 2024
in de zaak van
[eis in conv/verw in reconv],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eis in conv/verw in reconv] ,
advocaat: mr. M.C. Evertse,
tegen
[ged in conv/eis in reconv],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [ged in conv/eis in reconv] ,
advocaat: mr. E. Koekoek.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 juni 2024
- de akte van [eis in conv/verw in reconv] , tevens wijziging van eis in conventie
- het verzoek van [ged in conv/eis in reconv] om tussentijds appel toe te staan van het tussenvonnis van 26 juni 2024
- de rolbeslissing van 6 augustus 2024
- de antwoordakte op dit verzoek van [eis in conv/verw in reconv]
- de antwoordakte eiswijziging in conventie van [ged in conv/eis in reconv]
- de antwoordakte van [eis in conv/verw in reconv] op het bezwaar tegen de wijziging van eis.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Aan de orde is nu of van het tussenvonnis van 26 juni 2024 tussentijds hoger beroep moet worden opengesteld en, zo nee, of het bezwaar tegen het wijzigen van de eis in conventie doelt treft.
Tussentijds appel
2.2.
[ged in conv/eis in reconv] kan desgewenst te zijner tijd tegelijk met hoger beroep van het eindvonnis ook van het tussenvonnis appelleren en dan zijn grieven tegen het tussenvonnis laten beoordelen. Ter bevordering van een voortvarend verlopende procedure in eerste aanleg sluit de wet tussentijds hoger beroep in beginsel uit. De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om een uitzondering te maken op dit uitgangspunt.
2.3.
In het tussenvonnis is niet beslist over een controversiële rechtsvraag. Ook is bij de huidige stand van zaken niet evident dat de verdere behandeling en beslissing van de zaak tijdrovende en kostbare instructie zal vergen. Verder is van belang dat [ged in conv/eis in reconv] van een eindvonnis waarin een veroordeling zou worden uitgesproken tot schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, gewoon in hoger beroep kan. [ged in conv/eis in reconv] spiegelt nog voor dat de beslissingen in het tussenvonnis ertoe zullen leiden dat hij zijn persoonlijke faillissement zal moet aanvragen. Wat daarvan zij, dit betreft de tenuitvoerlegging van een eventuele toekomstige veroordeling waarop nu niet kan worden vooruitgelopen en waartegen [ged in conv/eis in reconv] bovendien te zijner tijd kan opkomen door op voorhand de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad te betwisten of deze op de voet van art. 351 Rv Pro ongedaan te laten maken. Het openstellen van hoger beroep zou in deze omstandigheden leiden tot een onredelijke vertraging van de procedure. Het verzoek zal worden afgewezen.
Toelaatbaarheid eiswijziging
2.4.
[eis in conv/verw in reconv] beoogt, kort gezegd, haar eis in die zin te vermeerderen dat, onder de voorwaarde dat de rechtbank naar de schadestaatprocedure verwijst, [ged in conv/eis in reconv] zal worden veroordeeld tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding ter hoogte van € 1.000.000,00. [ged in conv/eis in reconv] maakt tegen het wijzigen van de eis bezwaar, op de grond dat dit in strijd is met de eisen van een goede procesorde.
2.5.
Zoals uit art. 130 lid 1 Rv Pro volgt is [eis in conv/verw in reconv] in beginsel bevoegd haar eis te wijzigen zolang de rechtbank nog geen eindvonnis heeft gewezen. Zij hoeft daartoe niet door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld. De wijziging van eis komt hier voort uit het pas tijdens de mondelinge behandeling door [ged in conv/eis in reconv] gevoerde verweer dat ontbinding, vanwege de omzettingsverklaring, niet aan de orde kan zijn en het in het tussenvonnis geuite voornemen van de rechtbank om ter zake van de gevolgschade (grotendeels) naar de schadestaat te verwijzen. Dat de zaak deze wending zou krijgen was voor de zitting niet duidelijk. De nieuwe eis ligt bovendien rechtstreeks in het verlengde van de in conventie reeds ingestelde vorderingen. [ged in conv/eis in reconv] heeft geen concrete aanknopingspunten ervoor geboden dat de eiswijziging zal leiden tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging of een onredelijke vertraging van het geding. De wijzing van eis is dan ook niet strijdig met de eisen van een goede procesorde.
2.6.
Zoals [ged in conv/eis in reconv] wenst zal hij nu eerst in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de gewijzigde eis. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
wijst af het verzoek om van het tussenvonnis van 26 juni 2024 tussentijds hoger beroep toe te staan,
3.2.
wijst af het bezwaar van [ged in conv/eis in reconv] tegen de wijziging van eis in conventie,
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 27 november 2024voor het nemen van een antwoordakte door [ged in conv/eis in reconv] over de gewijzigde eis in conventie,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2024.