ECLI:NL:RBGEL:2024:7708

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 november 2024
Publicatiedatum
6 november 2024
Zaaknummer
168971.24 ontneming
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 2 OpiumwetArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij vervaardiging amfetamine

De rechtbank Gelderland heeft op 7 november 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen twee mannen, respectievelijk 50 en 22 jaar oud, die zijn veroordeeld voor het medeplegen van het vervaardigen van amfetamine en amfetamine-olie in een drugslab te 't Loo Oldebroek. De 50-jarige man kreeg een gevangenisstraf van 4,5 jaar, de 22-jarige een straf van 4 jaar.

Naast de gevangenisstraffen heeft de rechtbank een ontnemingsmaatregel opgelegd waarbij beide veroordeelden gezamenlijk bijna €97.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat moeten betalen. Dit bedrag is vastgesteld op een vijfde deel van het totale geschatte voordeel van €483.004,29, omdat de rechtbank aannam dat ten minste vijf personen betrokken waren bij de drugslabactiviteiten.

De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een rapport waarin het gebruik van fosforzuur en een aangetroffen recept voor de productie van BMK centraal staan. De verdediging stelde een veel lager bedrag voor, maar dit werd door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende aannemelijkheid. De rechtbank achtte de betrokkenheid van de veroordeelde ruimer dan enkel transport en wees het verweer af.

De rechtbank bepaalde ook de maximale duur van gijzeling op 360 dagen voor het geval de betaling van het ontnomen bedrag uitblijft. De uitspraak is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en is gewezen door een meervoudige kamer in Zutphen.

Uitkomst: Veroordeling tot gevangenisstraffen van 4,5 en 4 jaar en ontneming van bijna €97.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer: 05.168971.24
Datum uitspraak : 7 november 2024
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. B. Willemsen, advocaat in Lent.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 483.004,29.

2.De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering, met die kanttekening dat de betalingsverplichting op de helft van bovengenoemd bedrag dient te worden gesteld, omdat er twee verdachten zijn.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden vastgesteld op € 3.751,20. Veroordeelde heeft enkel € 200,- per rit ontvangen. Uit het dossier kan blijken dat veroordeelde 24 keer bij het lab is geweest. Dat levert een opbrengst van € 4.800,- op. Veroordeelde heeft € 1.048,80 aan benzinekosten gemaakt.

3.De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 7 november 2024 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest gebracht onder meer ter zake van:
- medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro D van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het vervaardigen van amfetamine en amfetamine-olie in een drugslab dat op 21 februari 2024 is aangetroffen op de [adres 2] in [plaats] en baseert zich op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. [1] De rechtbank gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van dit wederrechtelijk voordeel het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: het rapport). [2]
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank heeft in het vonnis van veroordeelde vastgesteld dat veroordeelde een medepleger was van het vervaardigen van amfetamine(-olie). Hij was nauwer betrokken dan enkel het vervoeren van goederen van en naar het drugslab. De rechtbank gaat dan ook niet mee in het verweer van de verdediging.
De rechtbank sluit zich ten aanzien van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan bij de berekening op basis van leeggoed fosforzuur uit het rapport. In het drugslab werden lege verpakkingen aangetroffen waarin 1.947 liter fosforzuur heeft kunnen zitten. Op basis hiervan en een aangetroffen recept (“een stappenplan voor het maken van BMK”) in de telefoon van veroordeelde is berekend wat de opbrengst is geweest. [3] De verdediging heeft geen verweer tegen deze berekening van de opbrengst en de kosten als zodanig gevoerd.
Opbrengst
€ 638.420,85
Kosten
€ 38.854,14 x4
€ 155.416,56
Wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 483.004,29
Verdeling
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier genoegzaam aannemelijk is geworden dat bij het drugslab meerdere personen betrokken (moeten) zijn geweest. Wie de andere personen zijn en wat de onderscheiden rol van eenieder is geweest is niet duidelijk geworden. In een afgeluisterd telefoongesprek vanuit de P.I. tussen medeveroordeelde [medeveroordeelde] en zijn partner is gesproken over verdeling van opbrengsten. Zo heeft medeveroordeelde [medeveroordeelde] in dat gesprek met zijn partner gezegd: “Ja, met zijn 5en. Zucht…kleine prijs, hoe dan! Dat is een kleine prijs als je dat verdeelt over 5 man”. [4] De rechtbank acht daarmee aannemelijk geworden dat ten minste 5 personen een rol hebben gehad. Op de telefoon van veroordeelde is een foto aangetroffen waarop veroordeelde op 19 december 2023 met een dik pak bankbiljetten staat. Desgevraagd heeft veroordeelde hier geen redelijke verklaring voor gegeven. [5] Daarmee is de door de verdediging gestelde opbrengst van € 4.800,- niet aannemelijk geworden. De rechtbank is van oordeel dat nu er geen concreet zicht is op een andere verdeling, veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen van een vijfde deel van € 483.004,29, dus tot een bedrag van € 96.600,85 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

4.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 96.600,85;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 360 dagen.
Aldus gegeven door mr. M.J. Ouweneel (voorzitter), mr. L.J. Saarloos en mr. A.M.P.T. Blokhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr T.J. Schoen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 november 2024.
Mr. Saarloos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024011490, gesloten op 2 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld en het vonnis in de strafzaak van veroordeelde van 7 november 2024.
2.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e 2e lid Wetboek van Strafrecht van [verbalisant 2] van de politie eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, rapportnummer ON3R024016, opgemaakt op 16 september 2024.
3.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 826 t/m 828.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 794.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 830, verklaring veroordeelde ter terechtzitting van 24 oktober 2024.