ECLI:NL:RBGEL:2024:7855
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toe te kennen, omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht naar de omstandigheden, zoals vermeende discriminatie en het aanbod van ander werk. Het UWV heeft daarop aanvullend onderzoek gedaan en is bij zijn standpunt gebleven.
De werkgever heeft verklaard dat eiser zelf het initiatief tot beëindiging van het dienstverband nam en dat er geen sprake was van discriminatie. Eiser heeft dit niet overtuigend kunnen weerleggen, ondanks een getuigenverklaring. De rechtbank concludeert dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden en dat het UWV terecht de uitkering heeft geweigerd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het eerdere gebrek in het onderzoek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.