ECLI:NL:RBGEL:2024:7913
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering geldlening wegens onvoldoende bewijs en niet-naleving stelplicht
Eiser vordert betaling van een bedrag van € 15.476,06 op grond van een vermeende geldleningsovereenkomst van € 15.000,00 uit 2020, met aflossingsafspraken tot 2025. Gedaagde betwist de overeenkomst en stelt dat het om een investering in een fietsenzaak gaat, met terugbetaling afhankelijk van zijn financiële situatie.
De kantonrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn stelplicht en geen concreet bewijsaanbod heeft gedaan. De overgelegde stukken, waaronder een niet-ondertekende overeenkomst en WhatsApp-berichten, bieden onvoldoende bewijs voor het bestaan van een geldleningsovereenkomst. Nieuwe stukken zijn te laat ingediend en worden buiten beschouwing gelaten.
Daarom wordt de vordering afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 947,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering geldlening afgewezen wegens onvoldoende bewijs en niet-naleving stelplicht; eiser veroordeeld in proceskosten.