ECLI:NL:RBGEL:2024:7929

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
11377560
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 6:119 BWArt. 555 RvArt. 502 lid 1 RvArtikel 8 lid 1 Algemene Huurvoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming huurwoning wegens ernstige overlast door huurder

De stichting Volkshuisvesting Arnhem verhuurt sinds november 2023 een woning aan de gedaagde. Na meldingen van ernstige overlast, waaronder nachtelijk schreeuwen en politie-interventies, heeft de verhuurder meerdere waarschuwingen gestuurd. De verhuurder vordert in kort geding de ontbinding van de huurovereenkomst en onmiddellijke ontruiming van de woning met een verkorte beveltermijn.

De gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de overlast zodanig ernstig is dat ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Ook is de verkorting van de beveltermijn tot nihil gerechtvaardigd vanwege de aard en ernst van de overlast.

De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot ontruiming van de woning, veroordeling in proceskosten en betaling van wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 5 november 2024 gewezen door mr. W. van der Boon.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagde wordt veroordeeld tot onmiddellijke ontruiming van de woning met verkorte beveltermijn.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11377560 \ VV EXPL 24-140 \ 53854 \ 48073
Vonnis in kort geding van 5 november 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING VOLKSHUISVESTING ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Volkshuisvesting,
gemachtigde: mr. B.H.H.M. Ramakers,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 30 oktober 2024;
- de mondelinge behandeling van 4 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Sinds 3 november 2023 verhuurt Volkshuisvesting aan [gedaagde] een woning aan [adres 1] .
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden, vastgesteld op
18 mei 2021, van toepassing. Hierin is – voor zover van belang – het volgende bepaald:
8.1
Uw woning is bestemd als woonruimte. U gebruikt uw woning als goed huurder volgens de bestemming. U wijzigt niets aan deze bestemming.
(…)
8.1
U veroorzaakt geen overlast of hinder aan omwonenden.
2.3.
Op 3 april 2024 en 13 augustus 2024 heeft Volkshuisvesting brieven aan [gedaagde] gestuurd waarin huisbezoeken zijn aangekondigd naar aanleiding van meldingen over door [gedaagde] veroorzaakte overlast, waaronder schreeuwen op allerlei tijdstippen, vaak in de nacht. In de laatste brief is ook te lezen dat de politie meerdere keren gebeld is door omwonenden en dat de politie zelf ook overlast heeft geconstateerd.

3.Het geschil

3.1.
Volkshuisvesting vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen – bij wijze van voorlopige voorziening – om onverwijld na betekening van dit vonnis de woning aan [adres 1] met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Volkshuisvesting te stellen, met bepaling dat de beveltermijn van artikel 555 Rv Pro wordt verkort tot nihil en met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan de proceskostenveroordeling voldaan is.
3.2.
Volkshuisvesting legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met artikel 8 lid 10 van Pro de Algemene Huurvoorwaarden. Daarnaast heeft [gedaagde] , meer in het algemeen, in strijd met goed huurderschap in de zin van de artikelen 7:213 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 8 lid 1 van Pro de Algemene Huurvoorwaarden gehandeld. Goed huurdersgedrag in de zin van artikel 7:213 BW Pro is niet beperkt tot alleen het gehuurde, maar betreft eveneens de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde. Voor Volkshuisvesting is de situatie niet aanvaardbaar. Dit geldt temeer nu Volkshuisvesting op grond van artikel 51 Besluit Pro toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 jo. artikel 45 lid 2 onderdeel Pro f Woningwet bij dient te dragen aan de leefbaarheid in de buurten en wijken waar haar woningen liggen. De omliggende woningen zijn eveneens van Volkshuisvesting en het gedrag van [gedaagde] beïnvloedt in negatieve mate de leefbaarheid en de kwaliteit van de omgeving. Volkshuisvesting wenst op zo kort mogelijke termijn tot ontruiming van de woning over te gaan teneinde (verdere) escalatie te voorkomen. Volkshuisvesting verzoekt dan ook om de beveltermijn van drie dagen op grond van artikel 555 Rv Pro jo. artikel 502 lid Pro 1, derde volzin, Rv in te korten tot nihil.

4.De beoordeling

4.1.
Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de stellingen van Volkshuisvesting.
4.2.
De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres waar [gedaagde] feitelijk verblijft. Uit een e-mail van 31 oktober 2024 die door de advocaat van Volkshuisvesting in het geding is gebracht blijkt dat de bevolkingsadministratie van de PI Achterhoek (waar [gedaagde] feitelijk verblijft) heeft laten weten dat [gedaagde] niet aanwezig wilde zijn bij de mondelinge behandeling. [gedaagde] is ook niet verschenen in deze procedure, zodat tegen hem verstek wordt verleend. Uitgangspunt in geval van verstek is dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij deze de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
4.3.
Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding is voorts vereist dat het in hoge mate waarschijnlijk is dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.
4.4.
Omdat [gedaagde] in deze procedure geen verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen en de gestelde feiten waarop Volkshuisvesting haar vorderingen baseert, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van Volkshuisvesting. In dat licht is voldoende aannemelijk dat sprake is van een zodanig ernstige mate van overlast door [gedaagde] dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden, zodat de door Volkshuisvesting gevorderde ontruiming eveneens gerechtvaardigd is. De vordering tot ontruiming is niet kennelijk ongegrond of onrechtmatig en is daarom toewijsbaar.
4.5.
[gedaagde] zit tot 7 november 2024 in detentie en naar verwachting komt hij die dag op vrije voeten. Gelet op de aard en ernst van de overlast zal de kantonrechter het verzoek om de beveltermijn van drie dagen op grond van artikel 555 Rv Pro jo. artikel 502 lid Pro 1, derde volzin, Rv in te korten tot nihil toewijzen.
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Volkshuisvesting worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,93
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
777,93
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen [gedaagde] ;
5.2.
bepaalt dat de beveltermijn van artikel 555 Rv Pro wordt verkort tot nihil;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om onverwijld na betekening van dit vonnis de woning aan [adres 1] met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Volkshuisvesting te stellen;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 777,93 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel
6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.