Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:7956

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
10839169 / CV EXPL 23-9093
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen in conventie en toewijzing meerwerkfactuur in reconventie

In deze civiele zaak bij de Rechtbank Gelderland heeft de kantonrechter het tussenvonnis van 18 september 2024 bevestigd en de verdere beoordeling van het geschil verricht. De eiser in conventie zag af van bewijslevering omtrent de verplichting van de gedaagde partij om bouwkundige tekeningen te leveren die voldeden aan de criteria voor vergunningsvrij bouwen. Hierdoor konden de vorderingen in conventie niet worden gedragen en werden deze afgewezen.

Tegelijkertijd werd in reconventie de vordering van de gedaagde partij toegewezen, omdat het lot van de meerwerkfactuur afhing van het bewijs in conventie. Nu dat bewijs niet werd geleverd, was toewijzing van de meerwerkfactuur van € 1.587,00 passend. Daarnaast werd de gevorderde wettelijke rente toegekend vanaf 30 januari 2023 tot volledige betaling.

Verder vorderde de gedaagde partij vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel eerdere aanmaningen niet aan de wettelijke vereisten voldeden, voldeed een aanmaning van 14 november 2023 wel, waardoor aanspraak op incassokosten mogelijk was. De gevorderde vergoeding van € 238,05 werd dan ook toegekend.

De kantonrechter veroordeelde de eiser in conventie tot betaling van het totaalbedrag van € 1.825,05 plus wettelijke rente, en tot betaling van proceskosten aan de gedaagde partij zowel in conventie (€ 947,00) als in reconventie (€ 204,00). Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 20 november 2024 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Vorderingen in conventie afgewezen, vordering meerwerkfactuur en incassokosten in reconventie toegewezen met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10839169 \ CV EXPL 23-9093
Vonnis van 20 november 2024
in de zaak van
[eis in conv/verw in reconv],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verweerder in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eis in conv/verw in reconv] ,
gemachtigde: mr. J.J. van Bruggen,
tegen
[ged in conv/eis in reconv] , HODN [bedrijf 1],
zaakdoende te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie
hierna te noemen: [ged in conv/eis in reconv] ,
gemachtigde: mr. H. de Groen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 september 2024
- het bericht van [eis in conv/verw in reconv] van 17 oktober 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 18 september 2024 (hierna: het tussenvonnis). In het tussenvonnis is [eis in conv/verw in reconv] opgedragen te bewijzen dat [ged in conv/eis in reconv] gehouden was bouwkundige tekeningen op te leveren van een bouwwerk dat voldeed aan de criteria voor vergunningsvrij bouwen. Voorts is [eis in conv/verw in reconv] in de gelegenheid gesteld de door hem geleden schade nader te onderbouwen en te concretiseren.
2.2.
Bij brief van 17 oktober 2024 heeft [eis in conv/verw in reconv] de kantonrechter geïnformeerd dat geen behoefte bestaat nog een nadere akte te nemen.
2.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Aangezien [eis in conv/verw in reconv] afziet van bewijslevering, kan ook de primaire grondslag zijn vorderingen in conventie niet dragen. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter reeds geoordeeld dat de subsidiaire grondslag de vorderingen in conventie ook niet kan dragen. Daarom zal de kantonrechter de vorderingen in conventie afwijzen.
2.4.
In rov. 4.14 van het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat het lot van de meerwerkfactuur van [ged in conv/eis in reconv] (waarop de vordering in reconventie is gebaseerd) afhangt van de vraag of [eis in conv/verw in reconv] slaagt in het leveren van het in conventie opgedragen bewijs. Aangezien [eis in conv/verw in reconv] in conventie heeft afgezien van het leveren van bewijs, liggen de vorderingen in reconventie aldus voor toewijzing gereed. De kantonrechter zal [eis in conv/verw in reconv] daarom veroordelen tot betaling aan [ged in conv/eis in reconv] van een bedrag van € 1.587,00. [eis in conv/verw in reconv] heeft de hoogte van dat bedrag niet betwist. Als eveneens onbetwist zal de kantonrechter ook de gevorderde wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) toewijzen vanaf 30 januari 2023 tot aan de dag van de volledige betaling.
2.5.
[ged in conv/eis in reconv] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter overweegt dat [ged in conv/eis in reconv] meerdere aanmaningen aan [eis in conv/verw in reconv] heeft verzonden waarin aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten. De schriftelijke aanmaningen die zijn verzonden op 11 mei 2023, 23 mei 2023, 21 juni 2023 en 24 oktober 2023 voldoen uitdrukkelijk niet aan het bepaalde in artikel 6:96 lid 6 BW Pro. In deze brieven is namelijk een onjuiste betalingstermijn gehanteerd. De schriftelijke aanmaning die op 14 november 2023 is verzonden voldoet echter wel aan de wettelijke vereisten. Aangezien een schuldeiser aanspraak kan maken op buitengerechtelijke incassokosten indien één juiste schriftelijke aanmaning is verzonden, is de kantonrechter van oordeel dat [ged in conv/eis in reconv] aanspraak kan maken op buitengerechtelijke kosten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 238,05 toegewezen.
2.6.
Uit het voorgaande volgt dat in reconventie in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
1.587,00
- buitengerechtelijke incassokosten
238,05
+
totaal
1.825,05
- betalingen
0,00
-/-
Totaal
1.825,05
Proceskosten
2.7.
[eis in conv/verw in reconv] is in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [ged in conv/eis in reconv] in conventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00
2.8.
De proceskosten van [ged in conv/eis in reconv] in reconventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
204,00
(1 punt × € 204,00)
Totaal
204,00
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in reconventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
wijst de vorderingen van [eis in conv/verw in reconv] af,
3.2.
veroordeelt [eis in conv/verw in reconv] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
3.3.
veroordeelt [eis in conv/verw in reconv] om aan [ged in conv/eis in reconv] te betalen een bedrag van € 1.825,05, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2023, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [eis in conv/verw in reconv] in de proceskosten van € 204,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en in reconventie
3.5.
veroordeelt [eis in conv/verw in reconv] tot betaling van de kosten van betekening als [eis in conv/verw in reconv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.
51588 / 548