De rechtbank Gelderland heeft op 28 oktober 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar, welke de rechtbank toewijst.
Hoewel artikel 1:265j lid 3 BW voorschrijft dat bij een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing van twee jaar of langer een advies van de Raad voor de Kinderbescherming vereist is, ontbrak dit advies in deze zaak. De GI had het advies wel gevraagd, maar de Raad had het verzoek nog niet behandeld. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van het advies in dit geval niet aan de toewijzing in de weg staat, omdat de gronden voor verlenging duidelijk zijn en de moeder achter het verzoek staat.
De minderjarige is sinds voor de geboorte onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door problematiek bij de ouders, waaronder verslavingsproblematiek bij de moeder en afwezigheid van de vader. De pleegouders bieden een stabiele omgeving. De rechtbank verlengt daarom zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing tot 1 november 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.