ECLI:NL:RBGEL:2024:8067

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
C/05/416328 / HA ZA 23-105
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:178 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitsluiting verdeling voormalige echtelijke woning vanwege zorg voor gehandicapte zoon

De zaak betreft een geschil over de verdeling van de voormalige echtelijke woning tussen partijen die in 2020 zijn gescheiden. De woning is aangepast voor de gehandicapte zoon en wordt momenteel bewoond door de vader, die tevens bewindvoerder is. De ex-partner vordert de verkoop van de woning en uitbetaling van haar aandeel in de overwaarde, omdat de bewindvoerder niet in staat is gebleken de woning over te nemen en de waarde van de woning inmiddels is gestegen.

De bewindvoerder stelt dat de woning niet verkocht moet worden omdat de gehandicapte zoon in de huidige woning stabiele zorg ontvangt en dat alternatieve woonruimte niet beschikbaar is. De rechtbank weegt de belangen van beide partijen af op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro en concludeert dat de belangen van de bewindvoerder en de gehandicapte zoon zwaarder wegen dan het belang van de ex-partner om uit de onverdeeldheid te geraken.

De rechtbank sluit daarom de vordering tot verdeling van de woning voor de duur van twee jaar uit, zodat de bewindvoerder voldoende tijd krijgt om alternatieve woonruimte te vinden. De vorderingen van de ex-partner worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De verdeling van de voormalige echtelijke woning wordt voor twee jaar uitgesloten vanwege de belangen van de gehandicapte zoon.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/416328 / HA ZA 23-105
Vonnis van 27 november 2024
in de zaak van
[eis in conv/verw in reconv],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eis in conv/verw in reconv] ,
advocaat: mr. K.J.M. Slangen,
tegen
[ged in conv/eis in reconv], in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [rechthebbende] ,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
advocaat: mr. M.P.L.M. Buijsrogge.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 juli 2024,
- de akte van [eis in conv/verw in reconv] ,
- de antwoordakte van de bewindvoerder.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie
2.1.
In het tussenvonnis van 24 juli 2024 is bepaald dat partijen zich kunnen uitlaten over de volgende punten: (i) heeft de bewindvoerder de benodigde financiering rond kunnen krijgen voor de beoogde verdeling van de woning en de betaling van de aan [eis in conv/verw in reconv] toekomende overwaarde, (ii) zo nee, binnen welke termijn kan de benodigde financiering mogelijk wel door de bewindvoerder worden verkregen en (iii) moet de woning worden verkocht en zo ja, op welke wijze en welke termijn.
2.2.
Uit de akten van partijen volgt dat de bewindvoerder niet in staat is de financiering voor de overname van de woning rond te krijgen, waarbij [eis in conv/verw in reconv] naast het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening tevens haar aandeel in de overwaarde van de woning van € 20.625,00 zal ontvangen. Volgens de bewindvoerder zal financiering van de overname van de woning pas mogelijk zijn, nadat de belastingschuld van [rechthebbende] is afgelost. Niet gesteld of gebleken is wanneer dat mogelijk het geval zal zijn. De rechtbank gaat daarom ervan uit dat de bewindvoerder de financiering van de overname van de woning ook niet op afzienbare termijn rond zal kunnen krijgen.
2.3.
[eis in conv/verw in reconv] vindt dat de bewindvoerder, althans [rechthebbende] , lang genoeg de tijd heeft gehad om de woning over te nemen en dat de woning nu moet worden verkocht aan derden. Zij kan niet langer instemmen met toedeling van de woning aan de bewindvoerder/ [rechthebbende] onder de voorwaarden zoals bepaald in het echtscheidingsconvenant van juni 2020, aangezien de woning inmiddels veel meer waard is dan de waarde van € 205.000,00, die is vermeld in het echtscheidingsconvenant en die was gebaseerd op een taxatierapport uit 2019. Zij voert verder aan dat de situatie van [naam 1] geen reden is om de woning niet te verkopen. Volgens [eis in conv/verw in reconv] is voor [naam 1] alternatieve woonruimte voorhanden, gezien de zorg die hij nodig heeft. [eis in conv/verw in reconv] wenst uit de onverdeeldheid van de woning te geraken en te kunnen beschikken over haar aandeel in het vermogen. Zij handhaaft haar vorderingen in conventie.
2.4.
De bewindvoerder betwist dat voor [naam 1] alternatieve woonruimte voorhanden is. Hij voert aan dat [eis in conv/verw in reconv] met haar stellingname ook miskent dat [naam 1] samen met [rechthebbende] in een woning wil blijven wonen, zodat [rechthebbende] de zorg voor [naam 1] kan blijven voortzetten en [naam 1] niet tegen zijn zin noodgedwongen moet worden opgenomen in een zorginstelling. Uit de overgelegde brief van [bedrijf 1] van 23 januari 2024 volgt volgens de bewindvoerder dat voor [naam 1] een zwaarwegend belang is dat er een stabiele woonsituatie is en dat binnen de huidige woonsituatie alle randvoorwaarden voor de zorg aan [naam 1] kunnen worden gerealiseerd. Er is geen achterstand in de betaling van de hypotheek en [eis in conv/verw in reconv] is niet voornemens een woning te kopen, zodat zij geen hinder heeft van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening, aldus de bewindvoerder. Hij handhaaft daarom zijn vorderingen in reconventie.
2.5.
De rechtbank overweegt het volgende. Op grond van artikel 3:178 BW Pro kan ieder van de deelgenoten van een gezamenlijk goed te allen tijde verdeling daarvan vorderen. De echtscheiding tussen partijen is in 2020 uitgesproken en inmiddels is sindsdien ruim vier jaar verstreken. [rechthebbende] is in die periode niet in staat gebleken de woning over te nemen.
In beginsel heeft [eis in conv/verw in reconv] dus recht en belang om uit de onverdeeldheid met [rechthebbende] (de bewindvoerder) te geraken. Op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro kan de rechter een vordering tot verdeling echter een of meermalen telkens voor de duur van ten hoogste drie jaar uitsluiten, indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een van de deelgenoten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend. Het komt dan dus aan op een belangenafweging van de belangen van enerzijds [eis in conv/verw in reconv] en anderzijds de bewindvoerder/ [rechthebbende] .
2.6.
[eis in conv/verw in reconv] stelt dat zij belang heeft om thans over haar aandeel in de overwaarde te kunnen beschikken en dat zij schade lijdt omdat haar vermogen in de woning fiscaal wordt belast in box 3. De bewindvoerder stelt dat het in het belang is van [rechthebbende] om de huidige woonsituatie te kunnen behouden, vooral in verband met de belangen van [naam 1] .
2.7.
Als niet weersproken staat vast dat woning is aangepast aan de beperkingen van [naam 1] . [eis in conv/verw in reconv] heeft niet onderbouwd dat [naam 1] daadwerkelijk elders kan wonen en dat dat ook in zijn belang moet worden geacht. De bewindvoerder heeft voldoende onderbouwd dat het de wens is van [naam 1] om door [rechthebbende] verzorgd te (blijven) worden en dat er in huidige woonsituatie goede zorg aan hem kan worden verleend. Indien de woning thans moet worden verkocht betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat het [rechthebbende] niet zal lukken binnen een afzienbare termijn een soortgelijke aangepaste huurwoning te vinden, waarin hij de zorg voor [naam 1] zal kunnen voortzetten, zodat [naam 1] tegen zijn uitdrukkelijke wens in zal zijn aangewezen op verblijf in een zorginstelling.
[eis in conv/verw in reconv] heeft niet gesteld dat zij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening moet worden ontslagen omdat zij plannen heeft om zelf een andere woning te kopen. Dat zij er thans belang bij heeft om op korte termijn uit die hoofdelijkheid te worden ontslagen om andere redenen is ook niet gesteld of gebleken. Verder is niet gesteld of gebleken dat zij thans bijzondere redenen heeft om op korte termijn over haar aandeel in de overwaarde van de woning te kunnen beschikken. [eis in conv/verw in reconv] heeft evenmin onderbouwd in welke mate zij schade lijdt doordat de overwaarde van de woning wordt belast in box 3. Dat zij daardoor enige schade lijdt, wil de rechtbank wel aannemen, maar dat die schade zodanig hoog is dat dat niet van haar kan worden gevergd, is tegenover de aanmerkelijke belangen van [rechthebbende] en [naam 1] niet komen vast te staan. De rechtbank is daarom van oordeel dat de belangen van [rechthebbende] en [naam 1] dienen te prevaleren boven de belangen van [eis in conv/verw in reconv] . De rechtbank zal de vordering tot verdeling daarom voor de duur van twee jaar uitsluiten. Een periode van twee jaar zou in beginsel de bewindvoerder/ [rechthebbende] voldoende tijd moeten bieden om alternatieve woonruimte te vinden, zodat [rechthebbende] de zorg voor [naam 1] in een passende woning kan voortzetten.
2.8.
Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van [eis in conv/verw in reconv] in conventie en de primaire vordering van de bewindvoerder in reconventie worden afgewezen. De subsidiaire vordering van de bewindvoerder in reconventie zal als hierna vermeld worden toegewezen.
2.9.
Naar zijn aard kan de toegewezen vordering in reconventie niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
2.10.
Nu [eis in conv/verw in reconv] en [rechthebbende] met elkaar gehuwd zijn geweest en het geschil uit die relatie voortvloeit, zullen de proceskosten in conventie en in reconventie worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie
3.1.
wijst de vorderingen van [eis in conv/verw in reconv] af,
3.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
3.3.
sluit de vordering tot verdeling van de gemeenschappelijke woning tussen partijen uit voor de duur van twee jaren,
3.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op
27 november 2024.
592