In deze kortgedingprocedure vorderen eisers dat de curator wordt veroordeeld tot medewerking aan een conceptovereenkomst voor verkoop van twee percelen, terwijl de curator in reconventie een verbod op de executoriale verkoop van een van deze percelen vordert. De curator heeft de overdracht van het perceel aan een bestuurder van de failliete vennootschap vernietigd op grond van de actio pauliana, waardoor het perceel tot de failliete boedel behoort.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eisers geen rechtsgrond hebben om de curator te dwingen mee te werken aan de conceptovereenkomst, omdat de curator de belangen van alle schuldeisers behartigt en de regie over de verkoop niet mag worden overgedragen aan eisers. De vordering van eisers wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de executoriale verkoop van het perceel dat door de curator is vernietigd, oordeelt de rechter dat eisers niet kunnen overgaan tot executie zolang niet is vastgesteld dat zij derdenbescherming genieten. Daarom wordt het verbod op executoriale verkoop van dat perceel toegewezen, met een dwangsom bij overtreding. Voor het andere perceel, waarvan de eigenaar niet failliet is, ontbreekt een grondslag voor het verbod.
De proceskosten worden in conventie aan eisers opgelegd, terwijl in reconventie de kosten tussen partijen worden gecompenseerd. Het vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en op 20 november 2024 uitgesproken.