ECLI:NL:RBGEL:2024:8228
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing transitie- en aanzegvergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze arbeidsrechtelijke procedure stond centraal of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was gesloten. De werknemer zag af van bewijslevering, waardoor de kantonrechter aannam dat de arbeidsovereenkomst per 31 mei 2024 was geëindigd.
De werknemer vorderde een transitievergoeding en een aanzegvergoeding, welke niet door de werkgever werden betwist. De kantonrechter oordeelde dat deze vergoedingen terecht waren en wees deze toe, inclusief wettelijke rente. Het tegenverzoek van de werkgever tot terugbetaling van vermeend teveel betaald loon werd afgewezen vanwege gebrek aan grondslag.
Ten aanzien van proceskosten werd de werknemer grotendeels in het ongelijk gesteld vanwege het niet toegewezen primaire verzoek, maar de kantonrechter vond het niet verwijtbaar dat de procedure was gestart. De proceskosten werden daarom deels gecompenseerd. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het tegenverzoek, omdat dit onnodig was gedaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de transitie- en aanzegvergoeding toe en veroordeelt de werkgever gedeeltelijk in de proceskosten.