ECLI:NL:RBGEL:2024:8448
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkoelingsperiode in besloten akkoordprocedure wegens onvoldoende belang schuldeisers
Twee besloten vennootschappen, exploitanten van een vakantiepark en horeca, vroegen de rechtbank Gelderland om een afkoelingsperiode van vier maanden toe te kennen op grond van artikel 376 van Pro de Faillissementswet. Zij bereiden een akkoord voor om hun schulden te herstructureren, mede vanwege langdurige juridische procedures en hoge schuldenlast.
De rechtbank stelde vast dat verzoeksters de juiste procedure hadden gevolgd en bevoegd was het verzoek te behandelen. De rechtbank beoordeelde vervolgens of aan de voorwaarden voor afkondiging van een afkoelingsperiode was voldaan: de noodzaak om de onderneming voort te zetten tijdens de akkoordonderhandelingen en het belang van de gezamenlijke schuldeisers.
De rechtbank oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat de afkoelingsperiode noodzakelijk was. De vrees voor beslaglegging door de energieleverancier was onvoldoende onderbouwd. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gezamenlijke schuldeisers baat zouden hebben bij de afkoelingsperiode, mede door het verlieslatende karakter van een van de vennootschappen en het ontbreken van informatie over reorganisatiewaarde. Het belang van de parkeigenaren speelde geen directe rol.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode af.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van noodzaak en onvoldoende belang van de gezamenlijke schuldeisers.