De rechtbank Gelderland heeft op 28 november 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het vervaardigen, verwerken en verhandelen van amfetamine en metamfetamine, alsmede het verbergen van het stoffelijk overschot van een slachtoffer.
De tenlastelegging omvatte onder meer het bezit en gebruik van een laboratorium voor de productie van amfetamine en het vervoeren en achterlaten van een lijk in een auto op een afgelegen locatie. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het eens over de vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om de tenlastegelegde feiten bewezen te verklaren. Hierdoor werden ook de civiele vorderingen van benadeelde partijen afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de schadevorderingen van de benadeelde partijen af. De voorzitter was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.