ECLI:NL:RBGEL:2024:8740

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
05.107126.23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting ISD-maatregel ter bescherming maatschappij tegen recidive

De rechtbank Gelderland heeft op 9 december 2024 een tussentijdse beoordeling gedaan van de voortzetting van de ISD-maatregel die aan veroordeelde is opgelegd bij vonnis van 18 augustus 2023. Veroordeelde verzocht om beëindiging van de maatregel omdat hij stabiel is, niet is teruggevallen in criminaliteit en er geen perspectief is op extramurale uitstroom door omstandigheden buiten zijn macht.

Tijdens de zitting op 25 november 2024 werden veroordeelde, zijn raadsman, deskundigen en de officier van justitie gehoord. De P.I. rapporteerde dat op 30 augustus 2024 een handelshoeveelheid cannabis in de cel van veroordeelde werd aangetroffen en dat daarna urinecontroles positief waren. Hierdoor werd de extramurale fase opgeschort en wordt het recidiverisico als hoog ingeschat.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is om de maatschappij te beschermen tegen mogelijke recidive. Er is geen sprake van omstandigheden buiten de macht van veroordeelde die voortzetting zinloos maken. Op 10 december 2024 staat een overleg gepland over het vervolgtraject, waaronder mogelijke extramurale uitstroom.

De rechtbank besluit de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort te zetten, waarbij het primaire doel de beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive blijft.

Uitkomst: De rechtbank beslist tot voortzetting van de ISD-maatregel vanwege een hoog recidiverisico en het belang van bescherming van de maatschappij.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-107126-23
Datum uitspraak: 9 december 2024
Beslissingvan de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op de [adres] , [postcode] in [plaats] ,
op dit moment gedetineerd in P.I. [verblijfplaats 1] .
Raadsman: mr. F.G.J. Staals, advocaat in Amsterdam.

De procedure

Bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 18 augustus 2023 is aan veroordeelde de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar opgelegd (hierna te noemen: ISD-maatregel). Bij brief van 24 oktober 2024 is namens veroordeelde verzocht om een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.

Het onderzoek ter terechtzitting

Op de openbare terechtzitting van 25 november 2024 zijn gehoord:
- veroordeelde;
- de raadsman;
- de deskundige R. Nienhuis (sr. casemanager ISD in de P.I. [verblijfplaats 1] );
- de deskundige S. Kemner (GZ-psycholoog in de P.I. [verblijfplaats 1] ), en
- de officier van justitie.

Het standpunt van veroordeelde

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen noodzaak is tot voortzetting van de ISD-maatregel. Er was een verblijfsplan opgesteld met als insteek een extramurale uitstroom naar begeleid wonen en werken in de buurt van Arnhem. Op 30 augustus 2024 is er in de cel van veroordeelde cannabis aangetroffen waardoor zijn programma in de ISD acuut ‘on hold’ is gezet. Feitelijk komt de maatregel nu neer op een verdere kale detentie. Hij heeft geen zicht op verbetering, geen perspectief en hij wordt in het ongewisse gelaten over de verdere gang van zaken. Voor de stagnatie kan veroordeelde geen verwijt worden gemaakt omdat hij overal structureel positief aan mee werkt. Voortzetting van de ISD-maatregel onder de huidige omstandigheden dient niet de doelen waarvoor de maatregel is bedoeld. Het leven van veroordeelde is stabiel. Hij is niet teruggevallen in criminaliteit. Er zijn echter wel omstandigheden die buiten de macht van veroordeelde liggen – zoals het verblijven in de PI zonder zicht op extramurale uitstroom en zonder dat behandeling plaatsvindt – welke voorzetting van de ISD-maatregel niet langer zinvol maken. Veroordeelde kan buiten de P.I. aan het werk en zijn dochter is een belangrijke motivatie om niet in de fout te gaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de ISD-maatregel voort te zetten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat veroordeelde niet op een dood spoor zit. Door het gedrag van veroordeelde in de P.I. was een pas op de plaats nodig. Op 10 december 2024 vindt er een vervolgoverleg plaats over het vervolg van de ISD-maatregel. Het is daarom te vroeg voor de conclusie dat de maatregel niet meer noodzakelijk is.

Het verloop van de maatregel

Uit de tussentijdse ISD-rapportage van 11 november 2024 en de ter terechtzitting gegeven toelichting van de deskundigen leidt de rechtbank het volgende af. De ISD-maatregel is per
1 november 2023 van start gegaan. Veroordeelde heeft sindsdien op vier verschillende locaties verbleven: P.I. [verblijfplaats 2] , P.I. [verblijfplaats 3] , P.I. [verblijfplaats 4] en sinds 2 oktober 2024 in P.I. [verblijfplaats 1] . Betrokkene heeft meegewerkt aan het persoonlijkheidsonderzoek en heeft deelgenomen aan de Cognitieve Vaardigheidstraining (COVA) en een agressietraining. Met veroordeelde is een praktisch traject opgesteld als gevolg waarvan hij per 4 september 2024 extramuraal zou verblijven bij Zorgtrium in [verblijfplaats 5] . Tevens zou hij ambulante behandeling krijgen bij Jan Arends en hij kon gaan werken bij zijn oud-werkgever. Op 30 augustus 2024 is op de cel van veroordeelde echter een handelshoeveelheid van 80,23 gram cannabis aangetroffen. Van dit feit is aangifte gedaan en het politieonderzoek loopt nog. De P.I. beschouwt dit feit als een voorzetting van eerder crimineel handelen. Ook is veroordeelde ná dit incident bij urinecontroles tweemaal positief getest op cannabis.
Gelet op het incident van 30 augustus 2024 heeft de P.I. pas op de plaats gemaakt voor wat betreft de extramurale fase. Het risico op recidive wordt door de P.I. ingeschat als hoog. Gelet op de aangetroffen cannabis, de positieve urinecontroles en het lopende politieonderzoek acht de P.I. het risico om veroordeelde extramuraal te plaatsen – mede gelet op de bijbehorende vrijheden – op dit moment te groot. Op 10 december 2024 staat er een trajectbepalingsoverleg gepland waarin het vervolg van de maatregel zal worden besproken. De P.I. en de deskundigen adviseren om de ISD-maatregel te continueren.

De beoordeling

De ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive. De rechter beëindigt de maatregel indien hij naar aanleiding van de inlichtingen over de noodzaak van de voortzetting van de maatregel van oordeel is dat de verdere tenuitvoerlegging niet langer is vereist.
Daarbij dient het volgende beslissingskader te gelden. Allereerst moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt. Daarbij is de bescherming van de maatschappij het primaire doel van de maatregel en derhalve van doorslaggevende betekenis.
De rechtbank stelt vast dat uit tussentijdse ISD-rapportage volgt dat sprake is van een hoog recidiverisico. Veroordeelde heeft een strafrechtelijk verleden waarbij zijn middelengebruik een rol heeft gespeeld. Uit het reclasseringsadvies van 21 juli 2023 volgt dat bij veroordeelde onder meer sprake is van middelenproblematiek en dat het middelengebruik een criminogene factor betreft. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het begrijpelijk dat de P.I. – gezien het aantreffen van een aanzienlijke hoeveelheid cannabis op de cel van veroordeelde en de positieve urinecontroles van nadien – pas op de plaats heeft gemaakt met de uitstroom naar de extramurale fase. Deze situatie heeft veroordeelde aan zich zelf te wijten.
De rechtbank is van oordeel dat nu het recidiverisico als hoog wordt ingeschat, beëindiging van de maatregel op dit moment zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein. Door het voortzetten van de ISD-maatregel wordt de maatschappij beschermd tegen het mogelijk recidiveren van veroordeelde.
Anders dan door en namens veroordeelde is gesteld, stelt de rechtbank voorts vast dat geen sprake is van een impasse. Door de deskundigen is op zitting nader toegelicht dat er op 10 december 2024 overlegd gaat worden over het verdere verloop van de ISD-maatregel, waarbij ook de mogelijkheid van het (alsnog) extramuraal uitstromen wordt betrokken. Van omstandigheden, buiten de macht van veroordeelde, die meebrengen dat voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol is, is gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet gebleken.
Gelet op het vorenstaande en in het licht bezien van voornoemd beslissingskader acht de rechtbank noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet.

De beslissing

De rechtbank:
beslisttot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 18 augustus 2023 aan [veroordeelde] opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Hollebrandse, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. Y. Yeniay-Cenik, als rechters in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2024.
mr. Yeniay-Cenik is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.