ECLI:NL:RBGEL:2024:8816

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
C/05/443893 / JE RK 24-1192
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen wonen bij hun moeder en zijn eerder met een machtiging uithuisgeplaatst geweest. De moeder is belast met het ouderlijk gezag, de vader is informant en heeft geen gezag.

De kinderrechter heeft op basis van het verzoekschrift, de zitting met gesloten deuren en de stukken vastgesteld dat de wettelijke criteria uit artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. Er zijn stappen gezet om de ontwikkelingsbedreiging te verminderen, zoals schoolbezoek, inzet van IAG, traumascreening en een veiligheidsplan gericht op het voorkomen van contact tussen vader, moeder en kinderen.

De vader is veroordeeld voor doodsbedreigingen en ondergaat forensische begeleiding. De spanningen door het huiselijk geweld zijn nog actueel en hebben de kinderen fors belast. De kinderrechter benadrukt dat verlenging niet gebaseerd is op het gedrag van de vader, die geen gezag heeft, maar op de noodzaak om de bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen weg te nemen.

De GI heeft tevens een procedure lopen om het omgangsrecht van de vader te ontzeggen. De komende periode zal gericht worden op diagnose en passende hulpverlening voor de kinderen, met het oog op verwerking en ontwikkeling, en mogelijk herstel van omgang met de vader.

De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling te verlengen tot 12 januari 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 12 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/443893 / JE RK 24-1192
Datum uitspraak: 6 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader], hierna te noemen de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 november 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- drie vertegenwoordigers van de GI.
Ook was mr. E.J. Coxon aanwezig, als advocaat van de vader, omdat hij de vader bijstaat in de procedure over de omgang waarin de vader belanghebbende is. De moeder is niet verschenen.
1.3.
De zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI tot wijziging van de omgangsregeling (zaaknummer C/05/441863 / JE RK 24-1018)

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun moeder. Zij verbleven eerder met een machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 januari 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 12 januari 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met verlenging van de ondertoezichtstelling.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW Pro. Gebleken is dat er in het afgelopen jaar stappen zijn gezet om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen te verminderen. Beide kinderen gaan weer naar school en er is IAG vanuit Siza ingezet. Ook is voor beide kinderen een traumascreening gestart, waardoor er gerichter hulp geboden kan worden. Ook is er een veiligheidsplan gemaakt met behulp van een netwerkberaad. Dit veiligheidsplan ziet op het voorkomen van contact tussen de vader en de moeder en de kinderen. De moeder heeft intakegesprekken gehad bij MENT GGZ om haar klachten beter in kaart te brengen. De vader is veroordeeld voor doodsbedreigingen aan de moeder en haar huisvriendin en heeft als maatregel forensische begeleiding opgelegd gekregen. Dit is inmiddels gestart, via de partij Unitio.
5.2.
Duidelijk is dat de kinderen fors hebben geleden onder de spanningen vanwege het huiselijk geweld door hun vader. Die spanningen zijn nog steeds actueel. Daarbij overweegt de kinderrechter ten overvloede dat het niet zo kan zijn dat dat de dragende reden om de ondertoezichtstelling te verlengen gelegen is in het gedrag van de vader. Hij heeft immers geen gezag. Daarbij speelt ook mee dat de GI in een andere procedure om ontzegging van het recht op omgang van de vader heeft verzocht.
Er zijn dus verschillende acties ingezet die uiteindelijk ertoe moeten leiden dat het beter gaat met de kinderen en dat zij niet langer in hun ontwikkeling worden bedreigd. De komende tijd gaat gewerkt worden aan een goede diagnose opdat vervolgens de juiste helpverlening ingezet kan worden om te kinderen te laten verwerken wat ze hebben meegemaakt en verder op weg te helpen in hun ontwikkeling. Ook dient gewerkt te worden aan mogelijk herstel van de omgang met de vader.
5.3.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van een jaar. [1]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 12 januari 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024 door mr. M.J. Blaisse, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 9 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 1:260, eerste lid, BW.