Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg
[derde-partij]uit [plaats], vergunninghouder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Uit artikel 1.25 van de planregels blijkt dat het woord ‘bestaand’ inhoudt dat – voor zover nu van belang – sprake moet zijn van een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal bestond of kon worden gebouwd. Ook daarover verschillen partijen niet van mening.
Wat partijen op dit punt verdeeld houdt is dat het college in het bestreden besluit is uitgegaan van bestaande bijgebouwen met een totaaloppervlak van 452,22 m² en conform de saneringsregeling een bijgebouw van 75% daarvan, 339 m2, heeft vergund. Eiser betwist echter dat er een oppervlakte van 452,22 m² aan bijgebouwen vergund is geweest.
Hierbij komt dat op de Basiskaart de kippenschuur van 348,22 m² en de bijgebouwen met de oppervlakte van 31,27 m² en 53,51 m² zijn ingetekend, maar dat het bijgebouw met de oppervlakte van 19,01 m² niet zichtbaar is. Gelet hierop heeft het college niet aangetoond dat op het perceel 452,22 m² aan bestaande bijgebouwen aanwezig was. Het betoog van eiser slaagt op dit punt.