Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[bedrijf 1],
[bedrijf 2],
1.De verdere procedure
2.De feiten
“gras op stam en stalling, e.e.a. volgens afspraak”.[gedaagde] heeft hiervoor elk kwartaal een factuur ontvangen en het factuurbedrag betaald.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen eiser, een melkveehouder, en gedaagde over de kwalificatie van hun overeenkomst als pacht. Gedaagde exploiteert een stoeterij met paarden, maar de rechtbank concludeert dat haar activiteiten onvoldoende agrarisch van aard zijn om te kwalificeren als pacht in de zin van artikel 7:311 BW Pro.
Eiser vordert onder meer de beëindiging van de huurovereenkomst en ontbinding van de pachtovereenkomst, stellende dat gedaagde geen agrarische onderneming drijft die voldoet aan de wettelijke eisen. Gedaagde voert verweer en stelt dat het fokken en verhandelen van paarden onder landbouw valt.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst voor de woning losstaat van de agrarische activiteiten en dat de stoeterij slechts een beperkt agrarisch karakter heeft. De inkomsten uit agrarische activiteiten zijn onvoldoende substantieel en worden grotendeels overschaduwd door recreatieve en zorgactiviteiten.
Daarom wordt geconcludeerd dat geen pachtovereenkomst bestaat en wordt de zaak verwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling van de overige vorderingen.
Uitkomst: Er bestaat geen pachtovereenkomst omdat de onderneming van gedaagde niet hoofdzakelijk agrarisch is, waardoor de zaak wordt verwezen naar de kantonrechter.