ECLI:NL:RBGEL:2024:9118
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd wegens ontbreken ramingsprocedure kosten
Belanghebbende parkeerde op 10 mei 2022 zijn auto op een locatie in Ede. De heffingsambtenaar legde op 10 juni 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op, bestaande uit een parkeertarief van €1,67 en €66,50 aan kosten. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, met name tegen de kostenpost, omdat de gemeente geen ramingsprocedure voor deze kosten had doorlopen zoals voorgeschreven.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de ramingsprocedure voor de kosten was doorlopen, noch dat een eerdere raming bestond die achteraf hersteld kon worden. Het beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 2002 werd daarom verworpen. De rechtbank achtte het bewijsaanbod van de heffingsambtenaar om alsnog een raming te overleggen te laat.
Gelet hierop werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd tot het parkeertarief van €1,67. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.998 en het griffierecht van €50 aan belanghebbende. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar verbond hieraan geen gevolgen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt verminderd tot het parkeertarief van €1,67 wegens het ontbreken van een doorlopen ramingsprocedure voor de kosten.