De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken voor twee minderjarige kinderen in een co-ouderschapssituatie. De kinderen verblijven momenteel om de week bij de vader en moeder volgens een vastgesteld schema. De GI verzoekt om beperking van de omgang naar begeleide omgang vanwege zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie bij de vader.
De GI stelt dat de kinderen zich niet veilig voelen bij de vader omdat hij hen fysiek corrigeert, waaronder het geven van een tik met een haarborstel en hardhandig vasthouden. De kinderen zijn hierdoor zelfs van school weggelopen en geven aan volledig bij de moeder te willen wonen, wel onder begeleiding contact met de vader. Daarnaast is er sprake van een loyaliteitsconflict door de vechtscheiding tussen de ouders.
De moeder ondersteunt het verzoek en benadrukt de onmacht van de vader en het belang van veilige omgang. De vader erkent de fysieke correcties maar ziet dit niet als mishandeling en vermoedt beïnvloeding van de kinderen door de moeder. Hij wil wel meewerken aan begeleide omgang en terug naar het oorspronkelijke co-ouderschap.
De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat de huidige situatie onvoldoende veilig is voor de kinderen. De omgang wordt daarom beperkt tot begeleide omgang om de week, twee keer twee uur, onder regie van de GI met een opbouw naar uitbreiding. De beschikking van 10 augustus 2023 wordt hiermee gewijzigd en de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.