ECLI:NL:RBGEL:2024:926
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Intrekking standplaatsvergunningen wegens niet tijdige betaling precariobelasting
Eiseres exploiteert twee wagens met standplaatsvergunningen voor de verkoop van patat, snacks, oliebollen en winterseizoen gebonden artikelen op vaste locaties in een gemeente. Het college van burgemeester en wethouders heeft de vergunningen ingetrokken omdat eiseres de precariobelasting en leges over het belastingjaar 2021 niet tijdig heeft voldaan en gemaakte betalingsregelingen niet adequaat is nagekomen.
Eiseres voerde aan dat de coronamaatregelen en medische klachten van een medewerker de betalingsachterstanden veroorzaakten. Zij wachtte bovendien op een financiële tegemoetkoming van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en had een betalingsregeling getroffen. Het college stelde dat standplaatshouders relatief weinig hinder van de coronamaatregelen ondervonden en dat de betalingsachterstanden ook voor de pandemie al bestonden.
De rechtbank oordeelde dat het college zijn discretionaire bevoegdheid tot intrekking van de vergunningen op redelijke wijze heeft uitgeoefend. De niet-tijdige betaling en het niet nakomen van betalingsregelingen rechtvaardigen de intrekking. De omstandigheden van eiseres, zoals de coronamaatregelen en medische problemen, zijn onvoldoende om het besluit onredelijk te achten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas en griffier N. Habibi.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de standplaatsvergunningen wegens niet tijdige betaling van precariobelasting.