Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:9270

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
11248701
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen verzuim en geen recht op ontbinding in overeenkomst van opdracht over websiteontwikkeling

Partijen sloten op 2 juni 2023 een overeenkomst van opdracht waarbij de opdrachtnemer een programma aanbood om de website van de opdrachtgever te verbeteren en leads te genereren. De vergoeding werd in termijnen gefactureerd en betaling was gekoppeld aan de voortgang en afronding van de opdracht.

Eind 2023 begon de samenwerking te haperen en in mei 2024 stelde de opdrachtgever de opdrachtnemer formeel aansprakelijk en ontbond de overeenkomst, zonder een termijn te stellen voor herstel van tekortkomingen. De opdrachtgever vorderde terugbetaling van reeds betaalde termijnen en incassokosten.

De opdrachtnemer vorderde betaling van de laatste termijn en gemaakte juridische kosten, stellende dat de ontbinding niet rechtsgeldig was. De rechter oordeelde dat geen sprake was van verzuim omdat geen ingebrekestelling met hersteltermijn was gedaan, waardoor ontbinding niet gerechtvaardigd was. Ook was de laatste termijn niet opeisbaar omdat de opdracht niet was afgerond.

Beide vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Vorderingen van beide partijen worden afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 11248701 \ CV EXPL 24-2234
Vonnis van 31 december 2024
in de zaak van
[eiseres in conv] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conv] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde in conv] , H.O.D.N. [bedrijf 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conv] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 augustus 2024
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 5 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 2 juni 2023 is tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen. In het kort houdt die in dat [gedaagde in conv] als opdrachtnemer voor [eiseres in conv] als opdrachtgever een programma, geheten ‘ [bedrijf 2] ’, aanbiedt met als doel dat de website van [eiseres in conv] de juiste leads en klanten zal genereren.
2.2.
In de overeenkomst staat onder meer:

Artikel 2: Vergoeding Pro
2.1
Ter zake van de uitvoering van de Opdracht ontvangt Opdrachtnemer van Opdrachtgever een vergoeding van € 6.900,- excl. BTW. Omdat jij je hebt aangemeld vóór juli 2023, ontvang jij een korting van € 500,-, dus het bedrag is in totaal € 6.400,-. Dit splitsen we uit in verschillende delen:
2.1.1. 1.
Training marketing- en ondernemersvaardigheden t.w.v. € 3.100,- . (0% BTW).
(…)
2. Arrangement bestaande uit materialen, eten / drinken, accomodatiekosten t.w.v.
€ 500,- (21% BTW)
3. Uitvoering diverse werkzaamheden en bouwen van de website t.w.v. € 2.800,-
(21% BTW)
2.1.2.
Data facturen
Juni 2023: € 1.200,- excl. 21% btw (aanbetaling na akkoord contract)
Augustus 2023: € 3.100,- vrijgesteld van belasting (…)
Februari 2024: € 2.100,- excl. 21% btw (na afronding)
(…)
2.3
Facturering van de vergoeding en kosten vindt plaats in drie termijnen: na akkoord offerte en tekenen overeenkomst en vóór start programma en na afronding van de opdracht (…).
(…)
Artikel 7: Be Proëindiging
7.1
Iedere Partij is bevoegd om deze overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen, indien:
a. de andere Partij toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van (één van) de bepalingen uit deze overeenkomst en, in geval van een voor herstel vatbare inbreuk, deze Partij nalaat de tekortkoming binnen 20 (twintig) dagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek van de andere Partij te herstellen;
(…)
2.3.
Partijen zijn eind 2023 met elkaar gaan samenwerken aan de website van [eiseres in conv] . Rond maart/april 2024 liep die samenwerking niet goed meer.
2.4.
Bij brief van 21 mei 2024 heeft [eiseres in conv] aan [gedaagde in conv] geschreven:

Daarom stel ik je formeel in gebreke en aansprakelijk. Onze overeenkomst kan niet meer gecontinueerd worden; al het vertrouwen is weg en daarmee is een onherstelbare situatie ontstaan. (…)
Ik eis een volledige terugbetaling (…)

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiseres in conv] vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde in conv] zal veroordelen om aan [eiseres in conv] te betalen:
- een bedrag van € 4.620,59, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 4.552,00 vanaf 12 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- de kosten ex artikel 6:96 BW Pro ad € 690,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten.
3.2.
[eiseres in conv] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag.
[gedaagde in conv] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres in conv] heeft de overeenkomst om die reden buitengerechtelijk ontbonden. Dit maakt dat [gedaagde in conv] gehouden is de reeds door [eiseres in conv] betaalde termijnen ad in totaal € 4.552,00 terug te betalen.
Op grond van artikel 6:119a BW is [gedaagde in conv] daarover wettelijke handelsrente verschuldigd geworden, een tot en met 11 juli 2024 berekend bedrag van € 68,59 daaronder begrepen. [eiseres in conv] heeft haar vordering uit handen moeten geven. [gedaagde in conv] is op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro gehouden de als gevolg daarvan gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te voldoen tot een bedrag van € 690,86.
3.3.
[gedaagde in conv] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres in conv] , met veroordeling van [eiseres in conv] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[gedaagde in conv] vordert - samengevat - dat de kantonrechter [eiseres in conv] zal veroordelen om aan [gedaagde in conv] te betalen:
- een bedrag van € 2.100,00 exclusief btw;
- de kosten ex artikel 6:96 BW Pro ad € 1.252,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 2 augustus 2024 tot de dag van algehele betaling;
- de proceskosten.
3.6.
[gedaagde in conv] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag.
De overeenkomst is niet rechtsgeldig ontbonden. [gedaagde in conv] vordert nakoming van de overeenkomst. [eiseres in conv] is gehouden de laatste termijnbetaling van € 2.100,00 exclusief btw aan [gedaagde in conv] te voldoen. [eiseres in conv] is daarnaast op grond van artikel 6:96 BW Pro gehouden de door [gedaagde in conv] gemaakte juridische kosten ad € 1.252,35 inclusief btw aan [gedaagde in conv] te vergoeden.
3.7.
[eiseres in conv] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conv] , met veroordeling van [gedaagde in conv] in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Los van de vraag of sprake is van tekortkomingen in de nakoming van verbintenissen uit de overeenkomst, is niet vast komen te staan dat sprake is van verzuim aan de zijde van [gedaagde in conv] . Dit is wel nodig om tot een rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst te komen. In artikel 6:265 BW Pro is bepaald dat een partij de overeenkomst kan ontbinden als de andere partij tekort schiet in de nakoming van een van haar verbintenissen. Indien nakoming niet blijvend onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer die andere partij in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW Pro). Op grond van het bepaalde in artikel 6:82 lid 1 BW Pro en artikel 7.1 onder a van de overeenkomst raakt die andere partij in verzuim wanneer hij/zij in gebreke wordt gesteld door de schuldeiser via een schriftelijke ingebrekestelling waarbij hem/haar een termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. De gedachte hierachter is dat die andere partij nog een laatste termijn voor nakoming moet krijgen.
4.2.
[eiseres in conv] schrijft op 21 mei 2024 dat zij [gedaagde in conv] in gebreke stelt, maar vervolgens heeft zij [gedaagde in conv] in die brief geen termijn meer geboden om alsnog haar verplichtingen na te komen. [eiseres in conv] is direct tot ontbinding van de overeenkomst overgegaan. De brief van 21 mei 2024 is daarom niet aan te merken als een ingebrekestelling. Dit betekent dat [gedaagde in conv] niet in verzuim is geraakt en [eiseres in conv] niet gerechtigd was om tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan. De daarop gebaseerde vorderingen van [eiseres in conv] zullen daarom worden afgewezen.
in reconventie
4.3.
[gedaagde in conv] maakt aanspraak op betaling van de laatste termijn. [eiseres in conv] betwist dat zij gehouden is dit bedrag te voldoen.
4.4.
[gedaagde in conv] heeft zelf naar voren gebracht dat de overeengekomen werkzaamheden niet zijn afgerond. Dit heeft tot gevolg dat de laatste termijn ad € 2.100,00 niet opeisbaar is. Partijen zijn namelijk overeengekomen dat de laatste termijn betaald dient te worden
na afrondingvan de opdracht (artikel 2.1.2. van de overeenkomst). De vorderingen van [gedaagde in conv] worden daarom afgewezen.
in conventie en in reconventie
4.5.
Omdat beide partijen ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Iedere partij draagt dus de eigen kosten en hoeft niet de kosten van de andere partij te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres in conv] af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen van [gedaagde in conv] af,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2024. (mk)