ECLI:NL:RBGEL:2024:9326
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens drugs in gehuurde niet proportioneel en boetebeding oneerlijk
De Woonplaats heeft de huurovereenkomst met [gedaagde] buitengerechtelijk ontbonden omdat in de gehuurde woning harddrugs werden aangetroffen, waarna de burgemeester de woning sloot. De Woonplaats vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van een contractuele boete en kosten.
De rechtbank oordeelt dat De Woonplaats bevoegd was tot buitengerechtelijke ontbinding op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro, vanwege de sluiting van de woning op basis van de Opiumwet. Echter, de ontbinding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en niet proportioneel, mede omdat [gedaagde] geen betrokkenheid had bij de drugs en geen alternatieve woonruimte heeft.
Verder oordeelt de rechtbank dat het boetebeding in artikel 6.8 van de huurvoorwaarden, in combinatie met het algemene boetebeding in artikel 15.1, een oneerlijk beding vormt dat de huurder onevenredig benadeelt. Daarom blijft het boetebeding buiten toepassing. De vordering tot vergoeding van de kosten voor vervanging van de voordeur is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen.
De rechtbank wijst alle vorderingen van De Woonplaats af en veroordeelt haar in de proceskosten van [gedaagde].
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontbindingsvordering van De Woonplaats af en verklaart het boetebeding oneerlijk.