VI2 B.V. verhuurde vanaf 2017 een zelfstandige woonruimte aan de gedaagde. Na geschil over de servicekosten over 2020 en 2021, waarbij de huurcommissie een lagere betalingsverplichting vaststelde, vorderde VI2 bevestiging van haar afrekeningen en betaling van de kosten. De gedaagde stelde verweer en vorderde terugbetaling van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank beoordeelde de juistheid van de servicekostenposten en oordeelde dat alleen de kosten die expliciet in de huurovereenkomst waren overeengekomen of redelijk waren, in rekening mochten worden gebracht. Kosten voor onderhoud, glasbewassing, ongediertebestrijding en camerabewaking werden afgewezen wegens gebrek aan overeenstemming of onderbouwing.
De betalingsverplichting werd vastgesteld op €1.471,50 voor 2020 en €1.496,94 voor 2021, inclusief administratiekosten. VI2 werd veroordeeld tot terugbetaling van respectievelijk €241,47 en €255,92 aan de gedaagde wegens te veel betaalde voorschotten. Proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.