ECLI:NL:RBGEL:2024:9453

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
C/05/444396 KG RK 24-878
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 onder d Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele zaak waarbij zij betrokken is als partij. Het verzoek tot wraking werd ingediend na de einduitspraak van de rechter in de hoofdzaak, waarin beslissingen werden genomen over het ontslag van de bewindvoerder en de ondercuratelestelling van verzoekster.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de wet geen mogelijkheid biedt om een rechter te wraken nadat deze in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten dat er geen reden is om het wrakingsverzoek aan te houden of mondeling te behandelen.

De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2024. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/444396 KG RK 24-878
Beslissing van 9 december 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [adres],
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. T.I. Spoor,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1
Verzoekster heeft bij e-mailbericht van 27 november 2024 een verzoek tot wraking ingediend. Dit verzoek heeft zij bij e-mailbericht van 9 december 2024 aangevuld. In dat
e-mailbericht heeft zij de wrakingskamer ook verzocht om de beslissing op het wrakingsverzoek aan te houden.
1.2.
De wrakingskamer heeft bepaald dat het wrakingsverzoek op grond van artikel 4, lid 2 onder d van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland zonder zitting kan worden afgedaan.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummers 11157720 BM VERZ 24-3612, 11058307 BM VERZ 24-2592 en 11420018 MP VERZ 24-2487 tussen verzoekster en haar (provisionele) bewindvoerder en mentor.
2.2
Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek van 27 november 2024 het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster wraakt de rechter wegens partijdigheid, omdat de rechter uitgaat van onwaarheden en onvoldoende aan waarheidsvinding doet. De rechter kiest volgens verzoekster in de beschikking van 11 september 2023 teksten uit die haar visie zonder voldoende waarheidsvinding steunen. Het bewijs voor de partijdigheid is afkomstig uit twee zittingen van 31 juli 2023 en 5 juli 2024 en (vooral) de beschikking van 11 september 2023. In haar e-mailbericht van 9 december 2024 heeft verzoekster, voor zover in dit kader relevant, nog aangevoerd dat de beslissing van de rechter van 26 november 2024 tot stand is gekomen zonder voldoende wederhoor.

3.De beoordeling

3.1.
De rechter heeft bij beschikking van 26 november 2024 einduitspraak gedaan in de hoofdzaken met betrekking tot het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en het verzoek tot onder curatele stelling van verzoekster. Het verzoek tot wraking is gedaan op 27 november 2024 (en aangevuld op 9 december 2024), dus na die beschikking. De wet geeft geen mogelijkheid om een rechter te wraken nadat een rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. Daarom kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. De wrakingsrechter ziet dan ook geen reden om de beslissing op het wrakingsverzoek aan te houden.
3.2.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. Y.H.M. Marijs en mr. M.M. Klaasen, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 9 december 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.