Eiser, enig aandeelhouder en bestuurder van een bouwmaterialenhandel, sloot met gedaagde 1 een geldleningsovereenkomst ter financiering van een activa-transactie. De lening bedroeg €175.000 met een looptijd van drie jaar en een rente van 7% per jaar.
Gedaagde 1 betaalde de eerste aflossingstermijn niet, ondanks sommatiebrieven van eiser. Gedaagde 1 stelde dat de looptijd verlengd kon worden vanwege een vermeende omzetgarantie, wat eiser ontkende. De rechtbank oordeelde dat de eerste termijn op 10 februari 2024 verschuldigd was en dat gedaagde 1 in verzuim was.
De borgstellers, De Weelde Zwembaden B.V. en een privépersoon, werden eveneens hoofdelijk aansprakelijk gehouden. Verrekeningsverweren van gedaagde 1 werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gevorderde rente werd afgewezen wegens gebrek aan belang, maar buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten werden toegewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.