Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[ gedaagde 1] .,
2.
DE WEELDE ZWEMBADEN B.V.,
3.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
drie gelijke jaarlijkse termijnen”afgelost moet worden, in het licht daarvan zo begrepen moet worden dat de eerste aflossingstermijn op 10 februari 2024 verschuldigd was. Daarmee staat vast dat op basis van de bepalingen uit de geldleningsovereenkomst de eerste aflossingstermijn verschuldigd was op 10 februari 2024.