De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen voor de duur van een voorlopige ondertoezichtstelling tot 24 februari 2025. De kinderrechter herroept de eerder verleende machtiging voor de periode van 18 tot 22 december 2024 en wijst het verzoek tot verlenging vanaf 22 december 2024 af.
De Raad baseert het verzoek op ernstige ontwikkelingsbedreigingen door incidenten binnen het gezin, waaronder overmatig alcoholgebruik, ruzies en een vervuilde woning. De kinderen vertoonden zorgsignalen op school. De ouders ontkennen de ernst van de situatie en geven aan dat zij de hulpverlening ondersteunen, maar vinden voortzetting van uithuisplaatsing te ver gaan.
De kinderrechter constateert dat de ouders moeilijk communiceren en het zorgsysteem niet goed begrijpen, maar benadrukt de positieve samenwerking met de hulpverlening. Er is nog geen thuisondersteuning ingezet en minder bezwarende alternatieven zijn niet uitgeput. Daarom wordt de machtiging niet verlengd. De GI zal cultuursensitief werken met een Poolssprekende zorgprofessional en tolk inzetten.
De beslissing is genomen na een mondelinge behandeling met gesloten deuren waarbij alle partijen aanwezig waren. De kinderrechter benadrukt dat uithuisplaatsing een ultimum remedium is en dat eerst andere hulpvormen moeten worden benut. De ouders mogen de kinderen vanaf 19 december 2024 weer thuis ophalen.