Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Gelderland
Partijen sloten een woon-zorgovereenkomst voor een appartement, waarbij de huurster vanaf september 2023 het gehuurde betrok. In oktober 2023 werd de rookmelder vervangen wegens vermeende vervuiling door wierrook, kosten die verhuurder betaalde. Vanaf november 2023 ontstond een huurachterstand die opliep tot €3.125,00 bij beëindiging van de huurovereenkomst.
Verhuurder vorderde betaling van de huurachterstand, vervangingskosten rookmelder en buitengerechtelijke incassokosten. De huurster erkende de huurachterstand maar betwistte aansprakelijkheid voor de rookmelderkosten en stelde dat deze kosten niet redelijk waren. Ook betwistte zij de incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurster de huurachterstand en de incassokosten moest betalen. Ten aanzien van de rookmelderkosten was verhuurder gehouden de aansprakelijkheid te bewijzen. De huurster had voldoende tegenbewijs geleverd door te stellen dat de rookmelder al voor haar intrek defect was en dat klachten hierover al bestonden. Verhuurder kon dit niet weerleggen, waardoor de vordering voor rookmelderkosten werd afgewezen.
De proceskosten werden toegewezen aan verhuurder vanwege het nalaten van betaling door de huurster. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurster moet achterstallige huur en incassokosten betalen, maar niet de rookmeldervervangingskosten.