ECLI:NL:RBGEL:2025:10065
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aanzegvergoeding, transitievergoeding en vergoedingen openstaande uren na niet-aanzegging einde arbeidsovereenkomst
Verzoekster was in dienst bij verweerder op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die op 31 mei 2025 eindigde. Volgens de wet en de arbeidsovereenkomst had verweerder de verplichting om uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk aan te zeggen of de overeenkomst zou worden voortgezet. Dit is niet gebeurd.
Verzoekster vorderde onder meer de aanzegvergoeding, transitievergoeding, vergoeding voor openstaande verlofuren en overuren. Verweerder voerde verweer dat er mondeling over verlenging was gesproken en dat verzoekster zelf zou zijn vertrokken, maar kon dit niet onderbouwen.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke aanzegplicht niet was nageleefd en dat verzoekster niet zelf de arbeidsovereenkomst had beëindigd. Daarom werd de aanzegvergoeding en transitievergoeding toegewezen. Ook de vergoedingen voor openstaande verlof- en overuren werden toegewezen, omdat verweerder geen onderbouwd verweer voerde tegen de door verzoekster gestelde uren.
Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding, transitievergoeding en vergoedingen voor openstaande verlof- en overuren.